“Wat halen die Duitsers in hun hoofd?!” Dat riep menig BMW-fanaat toen bleek dat BMW een groot deel van zijn modellen van achterwielaandrijving naar voorwielaandrijving liet overstappen. Samen met Mini delen de kleinere BMW’s nu een platform én motoren. Vervolgens werd de eerste generatie 2-serie Gran Coupé minder enthousiast ontvangen dan andere modellen uit de BMW-groep. De 2-serie Gran Coupé miste de gretigheid die een échte BMW wel moet hebben. Hoe zit dat nu met deze modelupdate?
| Sterke punten | Zwakke punten |
| + Rijcomfort én beleving | – Interieur |
| + Zitpositie | – Duur duurder duurst |
| + Verbruik | – Vermomde Cooper |
Wat is de BMW 220 Gran Coupé?
De 2-serie van het Beierse merk werd in 2014 geïntroduceerd. Zes jaar later volgde de eerste Gran Coupé. De Gran Coupé heeft twee deuren extra, maar staat op hetzelfde platform als de 1-serie. Een maatje “kleiner” dus dan de reguliere 2-serie. Deze sedanachtige coupé werd toegevoegd aan het 2-seriegamma, maar is in feite dus een heel andere auto. De 2-serie Coupé is duurder en heeft wél achterwielaandrijving. Als sportief broertje vormt de 2-serie Coupé een voordeliger alternatief voor de grote jongens, zoals de 4-serie.

In 2025 kreeg de 2-serie Gran Coupé een modelupdate, waarna ook de “i” achter de serieaanduiding kwam te vervallen. De reeks begint bij de 218. Als 218 heeft de auto dan een 1,5-liter driecilindermotor met 156 pk. De 220 krijgt hier een mild-hybridesysteem bij, dat het vermogen opschroeft naar 170 pk op de voorwielen. Daarnaast krijg je wat meer koppel bij de 220, namelijk 280 Nm. Lever je ook wat in? Jazeker: kofferbakruimte. Van 430 liter in de 218 naar 360 liter in de 220. Dit komt voornamelijk doordat je de diepe laadvloer mist, waar nu een accu ligt. De auto heeft een leeggewicht van 1.425 kg en een theoretisch brandstofverbruik van 5,4 liter per 100 kilometer.

Duitse strijd
De 2-serie Gran Coupé werd bij zijn introductie recht tegenover de populaire Mercedes CLA gezet. En dat is ongewijzigd: dit is en blijft zijn meest directe concurrent. Een kleine vergelijking laat ook meteen zien waarom de CLA de zogenoemde benchmark in dit compacte premiumsegment is. Hij is namelijk voordeliger, zuiniger én biedt meer bagageruimte. Oei, een lastige start voor BMW. Maar waarop de 2-serie weer punten gaat scoren, is natuurlijk zijn uitstraling en rijbeleving. Toch?

Naast die Duitse strijd is er nog een oosterbuur die zich graag wil mengen: de Audi A3 Limousine. Die maakt net als de Mercedes een scherpe entree, met ook een lagere vanafprijs dan de Beierse Gran Coupé.
Tot slot mengt ook het Japanse rijdersmerk zich in de meute: Mazda. De Mazda 3 Sedan is wel een stukje voordeliger. Je kunt namelijk een full-option topuitvoering kopen voor de vanafprijs van de Beemer, maar qua premiumafwerking merk je weinig van dat prijsgat.
Hoe rijdt de BMW 220 Gran Coupé?
Gaat hij die eerste klappen van concurrent CLA goedmaken met zijn sportieve en eigenwijze karakter? Dat willen we hier graag uitzoeken. Maar om jou als lezer én de verbrandingsmotor even rustig op te laten warmen, beginnen we met wat stadsgebruik. Het onderstel is lekker comfortabel over drempels en klinkerwegen. Zicht naar buiten is niet briljant, maar ook niet waardeloos. Een keertje extra over je schouder kijken is wel aan te raden, aangezien er een klein flatgebouw in je dode hoek past. Gelukkig heeft de BMW ook een actieve dodehoekwaarschuwing die je uit de brand helpt door flink te gillen en je stuur te laten trillen. Dat blijft hij trouwens wel erg lang doen, ook als je een auto allang gepasseerd bent. Dan moet je echt even door het getril van het stuur heen sturen om geen linkerbaanplakker te worden.

In de Comfort-stand is het onderstel lekker zacht en blijft het sturen licht. Ideaal voor stadsverkeer, waar je jouw stuurmanskunsten toch niet gaat laten zien. Als je wel toe bent aan je ritje naar de hockeyclub een dorpje verderop, laat de BMW al wat meer van zich zien. Zet je de auto in de Sport-stand, dan voel je dat hij er klaar voor is. Hij schakelt even terug en de auto voelt direct wat stugger: hij is er klaar voor. Het zachte waterbed is ineens omgetoverd in een lekker stevig matras. Sturen gaat nog steeds even scherp, maar wel wat zwaarder. De voorheen zo stille motor is ineens een stuk vocaler geworden. Opvallend hard begint de driecilinder erop los te grommen. Lachen, denk je in eerste instantie. Maar daar heeft de BMW wel wat op te biechten. Dit komt namelijk mede door de BMW IconicSound: speakergeluid dus. Die kun je ook gewoon uitzetten, waarna het geluid wat timider wordt. Timider, maar in ieder geval wel écht. Dat neppe geluid klinkt een beetje alsof je achterpassagier een rondje Forza Horizon aan het spelen is op maximaal volume.

Vermomde Mini
De 220 Gran Coupé is, zoals we al noemden, onderhuids een Mini Cooper. Of is de Mini Cooper eigenlijk een BMW? Doet er even niet toe, want in dit geval is de BMW een Mini-achtige. De voorwielaandrijving in combinatie met het sportieve onderstel geeft toch meer het gevoel van een hatchback met een lang achterwerk dan van een klassieke BMW.
Is dat erg? Geen idee. Houd je van Mini en zoek je dát rijgedrag in jouw dagelijkse auto? Dan is het niet erg. Wil je elke dag driftend de hoek om, met het geluid van een dikke zes-in-lijn? Dan walg je waarschijnlijk van deze Gran Coupé. Wil je eigenlijk allebei? Dan moet je een dikke 4-serie kopen en, je raad het al, een Mini Cooper.
Waar de 2-serie Gran Coupé nog meer Oxfordse eigenschappen laat zien, is op de achterbank. Daar kun je als volwassene namelijk niet fatsoenlijk zitten. Door de aflopende daklijn komt je hoofd al snel klem te zitten. Van nature ga je dan wat onderuitzakken, waarna je knieën direct tegen keihard kunststof zitten. Style over comfort dus. Om toch positief af te sluiten: de kofferbakruimte lijkt op het eerste oog ook mini, maar is een stuk dieper dan je denkt. Hierdoor past er nog behoorlijk wat in. Wel is de sedan-klep wat aan de smalle kant.

Fijne combi
Het uitnodigende stuurgevoel vraagt behoorlijk wat van die kleine 1,5-litermotor om na een bocht niet direct door het ijs te zakken. Maar die laat zich niet snel kennen. De automatische versnellingsbak met dubbele koppeling schakelt razendsnel en eenmaal op toeren heeft de 220 er duidelijk zin in. Die motor en versnellingsbak werken echt goed samen. Bij de vorige generatie had die versnellingsbak nog wel moeite met lagere snelheden, waarbij hij soms wat bokkig aanvoelde. Daar is nu duidelijk aan gewerkt, want de schakelmomenten voelen lekker soepel. Het mild-hybridesysteem helpt natuurlijk ook een handje. Dat zou je bij de 218-versie missen.
Tijdens snelwegritten valt de BMW eigenlijk niet op. Lekker comfortabel, stil genoeg en (mits je genoeg bijbetaalt) heb je aan rijhulpsystemen geen gebrek. Tijdens snelwegritten is een verbruik van minder dan 5 liter per 100 kilometer een eitje. Combineer je dit met wat ritten binnendoor, dan kom je prima in de buurt van het opgegeven verbruik. Ons gemiddelde verbruik was uiteindelijk 5,5 liter/100 kilometer.


Sterke punten
Het rijgevoel hebben we al uitgebreid besproken en dat is dus waar de 220 echt in uitblinkt ten opzichte van zijn concurrenten. Scherp, soepel en voorspelbaar. Dat gaat hand in hand met een versnellingsbak die het kleine motortje in een goed daglicht zet. Die combinatie trekt als een lier en wil maar al te graag bij de andere BMW’s aansluiten. De schakelmomenten zijn lekker soepel en razendsnel. Wat het rijgevoel ook compleet maakt, is de uitstekende zitpositie. Lekker laag, in plaats van op de bok, wat we steeds vaker zien.
Waar de vorige generatie nog weleens “all show but no go”-trekjes had, heeft deze nieuwe generatie 2-serie er duidelijk meer zin in. Meer vermogen, een gasrespons die duidelijk is verbeterd door de elektrische ondersteuning, een sportievere automaat en een aangepast onderstel dat meer uitnodigt én vervolgens ook levert. Al met al een stuk meer BMW dan voorheen dus.
Tot slot blijft de 2-serie natuurlijk gewoon een goede kilometervreter. Op de snelweg zit je lekker comfortabel in stilte, met een zuinige motor.

Zwakke punten
Waar de 2-serie wel echt een stap achteruit heeft gezet, is het materiaalgebruik op sommige plekken in het interieur. Dat is van een kwaliteit die je ook in een Skoda van de vorige eeuw tegenkwam. Naast die harde plastics vallen ook het wat droevige dashboard en de middenconsole op. Knoppen zijn massaal verdwenen, wat de algehele ergonomie geen goed doet. Klimaatbediening moet door het scherm, net als veel andere instellingen. Deze kostenbesparingen zijn natuurlijk een beetje een thema. Het lijkt ondertussen onvermijdelijk, zelfs in de premiumhoek van de auto-industrie. Toch voelt een Beemer op budget verkeerd.





We haalden de prijs al even aan: die is namelijk nogal hoog. Hij kost minimaal ongeveer € 48.000 en is daarmee duurder dan zijn rivalen. Maar zoals we van BMW weten, blijft het daar nooit bij. Tel er maar tienduizend euro aan opties bij op, dan praten we weer verder.
Tot slot, de Mini-vergelijking. Voor de een is de aandrijflijn al een no-go. Voor diegene is deze rijtest waarschijnlijk ook niet nodig. Maar waar anderen weer over kunnen struikelen, is de krappe achterbank. Die is er eigenlijk voor de sier. Je kunt je kinderen er prima kwijt, maar als ze genoeg boterhammen eten, groeien ze binnen de kortste keren ook de auto uit.

Uitvoering
Onze testauto was uiteraard voorzien van een aantal aangevinkte opties. Om te beginnen het M Sport Design-pakket. Hiermee krijg je andere velgen en wat sportievere accenten. Daarnaast was onze testauto voorzien van het Innovation-pakket, dat onder meer de volgende opties bevat:
- Draadloze telefoonlader
- Head-Up Display
- Keyless entry
- Parkeerassistent
Verder was de kleur Skyscraper Grey een optie. Meerprijs: € 1.050. De totaalprijs van onze testauto was € 57.352,81.






Conclusie BMW 220 Gran Coupé
Voor echte koppige puristen is dit misschien geen échte BMW, waardoor de keuze al snel elders zal vallen. Als je luxe en comfort zoekt, kun je bij andere Duitsers ook prima shoppen voor minder geld. Verder hebben de Beierse bouwers bezuinigd op het materiaalgebruik en de interieurkeuzes. Dat voel en zie je zodra je instapt, wat jammer is.
Maar de 220 heeft absoluut ook iets leuks te bieden. Een flinke sprong voorwaarts op het gebied van rijbeleving maakt hem ten opzichte van zijn voorganger wél echt een glimlachmachine. Een goede samenwerking tussen motor en versnellingsbak laat zien dat óók een voorwielaangedreven driecilinder geen kleine hatchback hoeft te zijn om leuk te rijden. En de bespaarde liters benzine maken je maandelijkse begroting een stukje rooskleuriger.

