Voor wie een Mini Cooper te klein is en een Countryman te groot, lanceerde Mini de Aceman. Een compacte elektrische crossover, die toch nog écht een Mini-karakter moet hebben. Maar hoeveel Mini blijft er over na dat extra gewicht en die hogere carrosserie? Wij hebben een weekje met de Aceman gereden om dat uit te zoeken.

Sterke puntenZwakke punten
+ Karakter-Ergonomie interieur
+ Onderstel-Apple CarPlay & Android Auto lay-out
+ Typisch Mini-gevoel-Dagelijks gebruik

Wat is de Mini Aceman SE?

In het huidige gamma van Mini ontbrak een praktisch alternatief voor de driedeurs Mini. De elektrische Cooper wordt niet gebouwd als vijfdeurs uitvoering en waar het merk eerder nog de Clubman had, is deze inmiddels verdwenen. Om dit gat te vullen bracht de fabrikant de Aceman. Deze crossover is beschikbaar in drie uitvoeringen. De instapversie, de SE en de JCW. Wij hebben tijdens onze testperiode gereden met de SE.

Speels

Om zich te onderscheiden in het drukke B-segment moet de Aceman flink zijn best doen. Als concurrent van bijvoorbeeld de felle Cupra Raval of de karakteristieke Alfa Romeo Junior heeft Mini er alles aan gedaan om op te vallen. Ook de rustigere Volvo EX30 begeeft zich in hetzelfde vaarwater als de Britse Mini, met karakter vanuit een rustigere hoek.

Brits? Duits? Chinees?

Hier ligt nog wat nuance, want zo Brits is hij niet. Al jaren is Mini onderdeel van de BMW Group, dus dat is geen nieuws. Minder bekend is dat BMW (dus ook Mini) een joint-venture is aangegaan met de Chinese fabrikant Great Wall Motors. Uit deze joint-venture rolde eerst de elektrische Mini Cooper, en nu dus ook de Mini Aceman. Dus een bezoek aan de fabriek in Oxford heeft weinig zin, want dan zit je toch echt aan de verkeerde kant van de wereld. De Mini Aceman wordt namelijk in China gebouwd. Er zijn wel plannen om de elektrische Mini’s in Oxford te laten bouwen, maar voorlopig dus nog niet. Dit geldt niet voor de elektrische Mini Countryman, die in Leipzig wordt gebouwd.

Technische gegevens

De Mini Aceman heeft een kofferbakruimte van 300 – 1005 liter. Hiermee maakt hij niet echt indruk, want de Alfa Romeo en Cupra kunnen een stuk meer bagage meenemen. De Volvo heeft een vergelijkbare hoeveelheid ruimte, maar beschikt daarentegen wel over een bagageruimte onder de motorklep voor de laadkabels. Bij de Mini kun je deze onder de laadvloer stoppen.

Wij reden dus in de SE-uitvoering. Deze variant heeft een accupakket van 54 kWh, wat goed moet zijn voor een WLTP-actieradius van 405 kilometer. Dit moet gehaald worden met een gemiddeld stroomverbruik van 14 kWh/100 km. Snelladen kan tot 95 kW, wat niet echt indrukwekkend is in zijn segment. Veel concurrenten komen inmiddels gemakkelijk boven de 100 kW laadsnelheid uit. Ook komen ze vaak verder op een lading stroom.

De elektromotor van de SE levert 218 pk en 330 Nm koppel aan de voorwielen. Hij weegt 1.685 kg.

Hoe rijdt de Mini Aceman SE?

Het eerste wat je natuurlijk hoopt zodra je in een Mini stapt, is een enorme glimlach op je gezicht bij het insturen van de eerste bocht. Een scherp stuurgevoel, gepaard met een strak en communicatief onderstel waarmee je menig Mercedes in de bocht voorbij schiet. Toch vrees je dit gevoel te verliezen als je net gelezen hebt dat de Mini meer weegt dan een logge Volvo V70. Ook staat hij een stuk hoger op zijn pootjes dan de gewone Cooper. Ondanks dat hoge gewicht voelt de Aceman nog steeds erg lichtvoetig aan.  

Waar de JCW echt kogelhard is, voelt de SE wat vergevingsgezinder. Toch stuiter je alle kanten op zodra je de gladde wegen verlaat, want het blijft echt een stug onderstel. Op de snelweg is de Aceman goed koersvast en, op wat bandengeluid na, stil genoeg.

Over een elektrische aandrijflijn is meestal niet veel te klagen. Zo ook niet bij de Aceman. De gasrespons was direct en 218 pk is meer dan genoeg om vlot weg te kunnen rijden. In 7,1 seconde sprint de Aceman naar 100 km/u. Het enige wat opviel was dat de banden het vermogen niet altijd aan konden, waardoor snel optrekken in een bochtje wat wheelspin opleverde. Ook in snelle bochten merkten wij dit soms, wat de vraag opriep of het hogere gewicht dan toch zijn tol eist op het platform.  

Koning van de buitenwegen

Ondanks het prima rijgedrag op de snelweg kijkt elke afslag je vragend aan. Dit heeft twee redenen. Ten eerste omdat de Mini heel graag wil laten zien wat hij kan, het liefst op een bochtige buitenweg. Als Mini-klant wil je een auto waarmee je met alle liefde 20 minuten omrijdt, om nog een keer die mooie weg te rijden. Maar de andere reden is dat het verbruik flink oploopt op de snelweg. Al helemaal als je de snelheid wat opvoert naar de 130 km/u, dan zie je het verbruik oplopen tot boven de 20 kWh/100 km. Bij een rit over snelwegen en buitenwegen kwamen wij uit op een verbruik net boven de fabrieksopgave. Bestaat je woon-werkverkeer voornamelijk uit snelwegkilometers, denk dan meer aan 15/16 kWh/100 km en een actieradius van 330 kilometer. Dit kan ook nog flink oplopen als het kouder wordt.

Remmerij

Onze uitvoering van de Mini Aceman SE had enorme JCW remmen. Dat heb je natuurlijk ook nodig met een auto die een sportieve rijstijl uitnodigt. Bij hogere snelheden voelen deze remmen erg natuurlijk, maar in stadsverkeer en remmen tot stilstand veranderde dat beeld snel. Al helemaal met parkeren voelde de remmen toch wat bruusk. Ook beschikt de Mini, net als vele elektrische auto’s, over One-Pedal-Drive. Door op de versnellingsschakelaar de B-stand te selecteren kun je die handmatig aanzetten.

Hier remt de Mini nogal hard, helemaal tot stilstand. Ook heeft de Mini regeneratief remmen in de ‘normale’ D-stand. De mate van recuperatie kun je aanpassen via het scherm. Hier vind je ook de optie om dit adaptief te laten doen. Dan bepaalt de auto zelf hoeveel recuperatie er nodig is. Dit was niet echt voorspelbaar, dus wij adviseren om een consistente recuperatiestand te kiezen en dan handmatig te wisselen naar One-Pedal-Drive indien gewenst.

Sterke punten

Aan karakter ontbreekt de Mini zeker niet. Het ronde scherm is een hint naar het klassieke Mini ontwerp. In dit scherm bedien je zo goed als alle functies, dus is het wel belangrijk dat het er in ieder geval leuk uitziet. En dat is gelukt. Naast het scherm is de rest van het interieur ook leuk aangekleed. Het stoffen dashboard voelt stevig aan en geeft een degelijk gevoel. Die lijn trekt zich ook door naar de stoelen.

Als we tijdens het laden even uitstapten om koffie te halen, betrapten we onszelf er ook op dat we toch even achterom keken. Hoewel design natuurlijk subjectief is, moet gezegd worden dat er wel echt een leuk-ogende auto staat.

Naast het karakter maken vooral het scherpe stuurgedrag en het goede onderstel de Aceman tot een échte Mini.

Zwakke punten

Hoewel de Aceman een stuk praktischer is dan de Cooper, blijft het natuurlijk een Mini. De meeste concurrenten hebben meer binnen- en bagageruimte. Zeker voor passagiers achterin is het erg krap. Voor kinderen is het te doen, maar volwassenen kunnen niet goed zitten.

Ook komt de Mini opbergruimte tekort. Er is een klein bakje in de middenconsole waar je wat spullen kwijt kunt, maar echt ruim is het niet. De bekerhouders laten soms nog wat steken vallen door niet goed vast te houden.

Verder is de ergonomie ook niet optimaal. Er is een sneltoetsknop om bij de hulpsystemen te komen, maar om die vervolgens allemaal uit te zetten moet je alsnog op het scherm klikken. Hier mist toch net een handige knop om in één keer naar wens bepaalde hulpsystemen uit te schakelen.

Scherm

Waar het er dan wel leuk uitziet, werkt het niet alleen maar top. Beginnend bij het feit dat de klimaatregeling volledig door het scherm moet. De icoontjes hiervoor zijn nogal klein en door het stuiterende onderstel kom je maar lastig met je vinger op het juiste icoontje. Ook is de armsteun net te kort om bij het scherm te komen. Verder loopt het scherm regelmatig even vast.

De Mini beschikt over eigen navigatie die prima werkt en er door het ronde scherm erg leuk uitziet. Wegafsluitingen herkent hij niet altijd even goed, dus dit vraagt wat aandacht. Mocht je gebruik willen maken van Google Maps, beschikt de Mini ook over Apple CarPlay en Android Auto. Het probleem is dat zodra je dit inschakelt, het mooie ronde scherm eigenlijk nutteloos is. Er ontstaat een klein goedkoop-ogend vierkant vlak waar de navigatie nu op verschijnt. Dit vierkante vlak krijg je ook bij de achteruitrijcamera. Hierdoor komt een van de USP’s meteen een stuk minder goed uit de verf.

Onhandig

De lijn van onhandigheid trekt zich nog wat verder door. Het openen van de deur vraagt wat gewenning. Ook is de deur sluiten soms een gedoe, al helemaal als de weg wat afloopt. De deurgrepen zien er wel mooi uit, maar erg praktisch zijn ze dus niet. Daarnaast stoot je je knie nogal makkelijk tegen de middenconsole. Een lange bochtige rit gaat snel gepaard met een zere knie. Verder is de zitpositie wat hoog voor een Mini, waardoor het kart-gevoel ook wat minder is. Dit is echter voor de elektrische Mini Cooper ook het geval.  

Niet zo Go-Kart

Als laatste viel de tractie op, maar we weten niet of dat eventueel aan de gemonteerde banden lag. Onder goede omstandigheden voelden en hoorden we de voorwielen echt moeite hebben, waar je toch hoopt op meer grip van een ‘Go-Kart gevoel’.

Uitrusting

De Mini Aceman E, de instap, heeft een vanafprijs van €34.690. De SE-uitvoering waarin wij reden kost vanaf €38.490. In België kost de SE vanaf €37.350. Onze testauto had een aantal opties, waaronder de JCW-uitvoering. Dit is niet te verwarren met de volledige JCW Aceman, die meer vermogen en een stugger onderstel heeft. Door die JCW-uitvoering krijgt onze testauto wat sportievere accenten en een JCW-interieur.

Ook had ons model optiepakket M. Dit pakket bevat extra’s zoals een Head-Up Display, draadloze telefoonoplader, verwarmde voorstoelen, achteruitrijcamera, een glazen panoramadak en diverse comfortvoorzieningen.

 Pakket M bevat geen adaptieve cruisecontrol, dus voor deze optie is een duurder optiepakket vereist. Voor het grootste XL-pakket moet je €6.900 bijleggen. Onze uitvoering had de optionele sport stripes. Dit zijn echter wel stickers, geen echte lak.

Conclusie Mini Aceman SE

Waar elektrische auto’s soms nog wat emotie missen, valt dat over de Mini Aceman absoluut niet te zeggen. Van binnen en van buiten maakt de Aceman een sterke indruk. Deze trend zet zich ook zeker voort als je een stukje gaat rijden. Hij komt goed mee met de sportieve concurrenten in het segment. Toch heeft de Mini een aantal frustrerende punten. De onhandigheden van het scherm in combinatie met de onlogische ergonomie in het interieur maken het dagelijks gebruik wat lastiger. Ook is hij duur voor een auto met een gemiddelde actieradius die niet supersnel kan laden en een stuk minder praktisch is dan menig concurrent.

Vergeleken met de Cooper doet hij qua rijgedrag niet erg onder aan zijn broertje, dus een Mini gevoel heeft de Aceman zeker. Ondanks het tractieverlies en de wat hoge zitpositie is de rijbeleving nog steeds erg positief. De vraag is dus waarvoor je de auto wilt gebruiken. Voor gebruiksgemak moet je geen Mini kopen, maar als je een auto wilt hebben waar je écht vrolijk van wordt met nét wat meer ruimte dan de Cooper, is de Aceman zeker een bezoek aan de showroom waard.

Categorieën

0 REACTIES
Reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *