Het reviewen van een Lexus blijft in Europa een wonderlijk fenomeen. Wij behoudende Europeanen kopen namelijk massaal op de automatische piloot (lees: Duits). Want stel je voor dat je eens wat anders op de oprit zet dan de buurman. Dat die ingesleten gewoonte langzamerhand behoorlijk achterhaald is, bewijst de nieuwste generatie van de Lexus ES.

Waarom eigenlijk een Lexus?

Het fascinerende is dat Lexus in grote delen van de rest van de wereld wel op waarde wordt geschat. Neem Noord-Amerika – het continent waar een opvallend oranje man regelmatig het nieuws domineert – daar draait het merk steevast mee in de absolute verkoop-top-drie. Zoiets presteer je niet per ongeluk. Dat lukt je alleen door met een bijna obsessieve, Japanse overgave naar je eigen product te kijken: verbeteren wat goed is, en verfijnen waar een doorsnee automobilist niet eens bij stil zou staan.

Neem het sluiten van de zijruiten. Bij vrijwel elke auto is dat een gortdroge, mechanische handeling. Lexus ziet daarin echter een kans voor Takumi-vakmanschap: het raam beweegt snel omhoog, maar vertraagt op de allerlaatste millimeter om fluisterstil en zacht in het rubber te vallen. Klinkt als een mierenneukerig detail? Dat ís het ook. Maar exact zo zitten deze auto’s vol met slimmigheden waar gedreven ingenieurs nachten over doorgehaald hebben om jouw leven aan boord net wat aangenamer te maken.

Dat Lexus tegenwoordig een mondiaal merk is, betekent ook dat ze niet vasthouden aan één geloof. Dus komt deze nieuwe ES-generatie er zowel als hybride én als volledig elektrische variant. We zoomen in op beide smaken van deze Japanse directie-sedan.

Alle cijfers op een rijtje: Stroom vs. Benzine

Voor de elektrische ES levert Lexus in essentie twee smaken. De basis wordt gevormd door de voorwielaangedreven ES 350e. Voorzien van een 77 kWh accupakket, 224 pk (165 kW) en een sprint naar de honderd in exact acht seconden. Geen nekwervelbrekende kermisattractie dus, maar precies vlot genoeg om moeiteloos mee te komen zonder dat de koffie uit je beker klotst.

In stedelijk gebruik claimt Lexus een theoretische WLTP-actieradius van 735 kilometer, maar realistisch gecombineerd kom je uit op een nog altijd zeer riante 581 kilometer. Hang je hem aan de DC-snellader, dan klokt de ES maximaal 150 kW (AC-laden gaat met 11 kW). Is dat de allersnelste laadtijd op de markt? Nee. Maar wie na ruim 500 kilometer ononderbroken sturen stellig beweert géén halfuur pauze nodig te hebben voor een sanitaire stop en een espresso, liegt simpelweg tegen zichzelf.

Voor wie meer haast heeft, verkoopt Lexus de vierwielaangedreven ES 500e. Die perst uit hetzelfde 77 kWh accupakket dankzij twee elektromotoren (165 kW voor, 88 kW achter) een niet-misselijke 343 pk (252 kW). Daarmee schiet je in 5,5 seconden naar de honderd — een aandrijflijn die fijnproevers wellicht herkennen uit de sportieve Toyota C-HR+. Dit spiervertoon kost uiteraard wat energie: het gecombineerde bereik zakt naar 529 kilometer.

En dan is er nog de hybride ES. Zodra de Michelin-banden het asfalt raken merk je direct dat dit een heel andere filosofie is. De hybride voelt een stuk lichter, wat uiteraard geen toeval is: hij hoeft die 77 kWh aan accublokken niet mee te sjouwen. Met een kleine PK-toename én het aanwezige geluid van de 2,5-liter viercilinder voelt de hybride gevoelsmatig wat ‘enthousiaster’. Hij sprint bovendien 0,4 seconden sneller naar de honderd dan de instap-EV. Nu is zo’n sprinttijd in een auto als deze behoorlijk nutteloos. die wil vooral comfortabel zijn.

Hoe rijdt de Lexus ES op het Deense asfalt?

We zijn uiteraard niet helemaal naar Denemarken afgereisd om een brochure voor te lezen. Tijd om de weg op te gaan. In de stadsjungle van Kopenhagen valt vooral op hoe voornaam en lang de ES is. Met zijn 5,14 meter is het een flinke jongen. De Deense hoofdstad heeft met haar smalle straatjes en kris-kras overstekende fietsers opvallend veel weg van Amsterdam. Dat maakt de eerste kilometers lichtelijk intimiderend. Alsof je voor de vijftiende keer uit de deur van een vliegtuig staart vlak voordat je er met een parachute uit springt: je weet wat er komt, maar het blijft spannend.

Toch krimpt de auto opmerkelijk genoeg om je heen zodra je op pad bent. Bijna als een latex pak (al voelt het interieur gelukkig een stuk aangenamer). De besturing van zowel de EV als de hybride voelt prettig met een grote P: niet gevoelloos licht, maar met een aangenaam, natuurlijk gewicht. Het verschil in stuurgevoel tussen beide versies is verwaarloosbaar klein. enkel wanneer je direct switcht valt op dat de hybride wat lichter voelt maar preciezer is in haart besturing.

Een groter verschil zit in het remgedrag. De EV verrast in eerste instantie door een terughoudende regeneratie die voelbaar sterker wordt naarmate de accu leegraakt. Bij de hybride voelt het rempedaal een stuk natuurlijker en voorspelbaarder aan, doordat het mechanische gevoel beter aansluit op de mate van regeneratie. Het is natuurlijk ook zo dat Toyota en daarmee Lexus al zo’n 30 jaar hybrides maakt en slechts enkele jaren volledige EV’s. Het zit het in de nuances, en van dag tot dag zou niemand er gek van worden. Maar het is héél licht merkbaar op die specifieke gebieden.

Qua onderstel hadden we op de kinderkopjes van Kopenhagen nét iets meer verwacht. Het voelt nooit alsof je op een zwevend, vliegend tapijt zit. Er is verrassend veel verbinding met het wegdek. Oncomfortabel wordt het nooit, maar wie een meedeinende limousine verwacht, krijgt hier een opvallend alert en geaard onderstel voor terug. Dat is prettig voor de mensen die graag rijden. Zoals wij, dus wederom hebben we niet bijster veel te klagen op dit gebiedt.

Touch, knoppen en achterbank-luxe

Vooraf lazen we dat Lexus kiest voor touch-knoppen op het dashboard. Dat bekroop ons heel even met milde paniek. Touchbediening in een auto is in de praktijk immers bijna altijd een ergonomisch drama: je raakt per ongeluk alles aan behalve wat je zoekt. Lexus pakt het gelukkig op z’n eigen, eigenwijze manier aan. Door doordachte haptische feedback voelen de vlakjes verrassend genoeg wél als échte, tastbare knoppen. Vreemd, maar het werkt.

Diezelfde doordachtheid zien we terug bij het nieuwe infotainmentscherm. Met een diagonaal van zo’n 14 inch is dit het grootste exemplaar dat Lexus ooit op een dashboard schroefde. Het laat zich intuïtief bedienen, waardoor we binnen twee snelle tikken de overijverige ADAS-veiligheidspiepjes het zwijgen op kunnen leggen. Simpel voorbeeld, maar oh zo fijn.

Het interieur van deze Japanner voelt werkelijk subliem. Alles is hoogwaardig afgewerkt en tot in de puntjes gedetailleerd. Neem het dashboard decor: de gemiddelde mens zou zeggen dat er een geinige hout-look verwerkt is. Maar dit is Lexus. Dat betekent dat het géén nep-hout is, maar écht bamboo dat op een zeer specifieke manier geperst is. Met de geïntegreerde LED-verlichting erachter. In feite hadden ze met gemak weg kunnen komen met een simpeler idee of uitvoering. Het feit dat de Japanners het zichzelf consequent moeilijk maken waarderen we daarom alleen maar meer.

Qua maatvoering meet de Lexus zich met een BMW 5-serie of Mercedes E-klasse, maar eigenlijk richt hij zich helemaal niet op die ‘luttele’ Midden-Europees ingestelde zakenauto’s. Met de E-klasse veegt de ES eerder z’n derrière af. De ES biedt namelijk de buitenmaten van de ‘kleinere’ Duitsers, maar combineert dat met de ruimte en luxe van een S-Klasse of 7-Serie. Achterin hebben passagiers bijna een hele meter aan beenruimte. Kies je voor de topversie (de President Line), dan kun je de bijrijdersstoel elektrisch naar voren schuiven voor nóg meer strekruimte en beschik je op de achterbank over onnodige, doch goddelijke luxe zoals een ingebouwde massagefunctie.

Conclusie Lexus ES

Het eindoordeel na onze kennismaking? De nieuwe Lexus ES is comfortabel met een hoofdletter C. Het is een auto die je niet uitdaagt tot gehaast stuurgedrag, maar die je eerder uitnodigt om een kwartier eerder van huis te vertrekken om simpelweg te genieten van de serene rust aan boord.

Of je nu kiest voor de fluisterstille, wat zwaardere EV of de wat enthousiastere, lichtere hybride: Lexus laat zien dat ‘luxe’ niet per se hoeft te betekenen dat je stijf afgeveerd over de weg moet stuiteren. Maar ook niet dat de weg volledig weggemoffeld hoeft te zijn. Een subtiel maar krachtig detail. Met zijn ongekende ruimte achterin, doordachte haptische bediening en ambachtelijke bamboo-details neigt de ES wat ons betreft absoluut naar kunst.

Binnenkort claimen we de sleutels in Nederland om te kijken hoe hij zich op vertrouwd terrein staande houdt tegen het gevestigde Europese geweld!

Categorieën

1 REACTIE
Reageren

  1. PFW Vos burchart schreef:

    Er natuurlijk niet veel nodig om die Duitse rotzooi te verslaan gezien de terugroepactie van Duitse auto s. Kijk maar naar b mw of er breekt weer eens een distributieketting of de bouten liggen los onder de motorkap.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *