De Mercedes-Benz EQB is dood. Lang leve de GLB. Mercedes heeft besloten dat elektrische modellen voortaan niet meer per se een eigen naam hoeven te hebben en dus staat hier gewoon weer GLB op de kont. Alsof iemand bij Mercedes eindelijk heeft ontdekt dat klanten het eigenlijk best prettig vinden wanneer een modelnaam ergens op slaat.
| Sterke punten | Zwakke punten |
| Zicht rondom | – Houdt niet van garages |
| Gigantisch veel ruimte | – Waarom een sportmodus? |
| Mercedes’ AI-assistent | – Valt of breekt door instellingen |


Wat is de Mercedes-Benz GLB?
De GLB is de opvolger van de elektrische EQB. Althans, zo kunnen we het technisch gezien wel stellen. Mercedes heeft afscheid genomen van het EQ-label en kiest opnieuw voor één modelnaam die verschillende aandrijflijnen kan dragen. Eerst elektrisch, later volgen hybride en verbrandingsmotoren. Dat betekent overigens niet dat Mercedes hier simpelweg een bestaande GLB van een accu heeft voorzien. De nieuwe generatie staat op het MMA-platform, oftewel Mercedes Modular Architecture. Een naam die klinkt alsof er ergens in Stuttgart een enorm Lego-steentje op tafel ligt.
De GLB 250+ die ik een week tot mijn beschikking had, krijgt een elektromotor op de achteras met 272 pk en 335 Nm. Daar zit een tweetraps versnellingsbak tussen. Niet omdat een elektrische auto dat per se nodig heeft, maar omdat Mercedes blijkbaar vond dat één versnelling iets te eenvoudig was. De 85 kWh grote accu moet volgens de WLTP-cyclus goed zijn voor een actieradius van maximaal 631 kilometer, afhankelijk van uitvoering en configuratie. Mercedes geeft voor de GLB 250+ een verbruik op van 16,1 kWh per 100 kilometer. Tijdens mijn testweek kwam ik daar niet helemaal aan en bleef het gemiddelde steken op 16,9 kWh per 100 kilometer. Gezien de omstandigheden is dat overigens helemaal geen slechte score. De GLB is bovendien geen lichtgewicht. Met ruim twee ton op de weegschaal is dit geen auto die zonder nadenken even op de badkamerweegschaal wordt gezet.
Een golden retriever met een trekhaak
Als een golden retriever en een pakezel samen een auto zouden ontwikkelen, zou de Mercedes GLB waarschijnlijk het resultaat zijn. Niet omdat hij er zo uitziet, maar omdat hij precies die combinatie van eigenschappen heeft. Hij is vriendelijk, rustig en gemakkelijk in de omgang. Tegelijkertijd kun je er een halve huisraad in kwijt en mag er maximaal 1.500 kilogram achter de auto hangen. De 272 pk maakt hem bovendien behoorlijk vlot. Vanuit stilstand staat na 7,4 seconden 100 km/u op de teller. Dat is snel genoeg om nooit te hoeven uitleggen waarom het allemaal wat langzaam gaat, maar niet zo snel dat passagiers spontaan hun testament beginnen te schrijven. En dat past eigenlijk perfect bij de auto. De GLB probeert namelijk helemaal niet sportief te zijn. Hij is vooral comfortabel. De aandrijflijn reageert soepel, het vermogen komt er beheerst uit en de auto voelt eigenlijk altijd alsof hij precies weet wat hij aan het doen is.
Dat geldt ook voor de regeneratie. Met de flippers achter het stuur kan worden gekozen uit verschillende niveaus, maar mijn voorkeur gaat uit naar de automatische stand. De GLB kijkt dan zelf naar de verkeerssituatie en bepaalt hoeveel energie er moet worden teruggewonnen. Dat klinkt op papier alsof er een NASA-computer achter het dashboard zit. In de praktijk betekent het vooral dat er minder reden is om zelf met die flippers te zitten rommelen. En dat is misschien wel de grootste kracht van deze auto. Hij laat zich met rust.


Hoe rijdt de Mercedes GLB 250+?
De GLB heeft geen luchtvering. Dat privilege blijft voorlopig voorbehouden aan grotere Mercedes-modellen. Toch is dat geen moment een gemis. De adaptieve demping doet zijn werk uitstekend. De auto filtert oneffenheden netjes weg en voelt op hoge snelheid stabiel aan. Niet overdreven zacht, maar vooral ontspannen. Het stuur is aan de lichte kant. In de normale rijmodi is daar weinig gewicht aan te bespeuren. Zet de auto in Sport en ineens wordt het stuur zwaarder. Waarom? Dat is een vraag die ik tijdens de test meerdere keren aan mezelf heb gesteld. Wie een comfortabele SUV koopt, doet dat vermoedelijk niet met het idee om vervolgens op een knop te drukken waarmee de auto minder comfortabel wordt. Sportmodus in een GLB voelt een beetje alsof er bij een relaxfauteuil een knop zit met de tekst ‘marteling’. Gelukkig is er een Individual-modus. Daarmee kan de aandrijving bijvoorbeeld in Eco blijven, de demping op Comfort staan en het stuur wat zwaarder worden. Dat is uiteindelijk de prettigste combinatie.
Mercedes heeft de GLB volgestopt met technologie. Misschien zelfs iets te vol. Er is ontzettend veel in te stellen. Geluiden, waarschuwingen, assistentiesystemen, rijmodi en nog een flinke hoeveelheid zaken waarvan pas na een paar dagen duidelijk wordt waarom ze überhaupt bestaan. Bij het ophalen van een testauto weet nooit precies welke instellingen de vorige journalist heeft achtergelaten. In dit geval leek diegene een persoonlijke oorlog tegen stilte te hebben gevoerd. Pieptjes, bongetjes en waarschuwingen. Heel veel geluiden. Gelukkig is vrijwel alles uit te zetten. Daarna wordt de GLB ineens een stuk aangenamer. Rustig, comfortabel en vooral minder aanwezig. Dat is ook meteen een aardige les voor moderne auto’s. Soms is de beste feature gewoon een knop waarmee een andere feature ophoudt met praten.
Mercedes heeft een goede AI gemaakt
Waar Mercedes dan weer wél een compliment verdient, is de spraakassistent. ‘Hey Mercedes’ is inmiddels geen onbekend commando meer, maar de mogelijkheden zijn serieus uitgebreid. Simpele opdrachten werken uitstekend, maar ook ingewikkeldere vragen worden redelijk goed begrepen. Sterker nog, er kan gewoon een gesprek worden gevoerd. Dus ja, natuurlijk moest de belangrijkste vraag worden gesteld. “Hey Mercedes, wat vind je van BMW?” Het antwoord ga ik niet verklappen. Niet omdat het staatsgeheim is, maar omdat het leuker is om dit zelf eens te proberen. Het mooie is vooral dat het systeem daadwerkelijk begrijpt wat er wordt gevraagd. Dat klinkt inmiddels misschien normaal, maar wie de afgelopen jaren met verschillende auto-assistenten heeft gesproken, weet dat een gesprek met een auto soms voelt alsof er een callcenter voor dolfijnen aan de andere kant zit.
Groot, groter, GLB
Wie een praktische auto zoekt, hoeft bij de GLB niet lang te zoeken. De carrosserie heeft geen aflopende daklijn, geen kunstzinnige coupévorm en geen designtruc waarmee 30 centimeter bagageruimte wordt ingeruild voor twee millimeter extra dynamiek. Het is gewoon een doos. Een heel nette, luxe doos, maar wel een doos. En dat is uitstekend nieuws voor iedereen die daadwerkelijk spullen in zijn auto wil vervoeren. De bagageruimte biedt zonder derde zitrij tot 1.715 liter wanneer de achterbank wordt neergeklapt. Achterin is daarnaast een frunk van 127 liter aanwezig. Groot genoeg voor de laadkabel, boodschappen of andere spullen die liever niet tussen de rest van de bagage verdwijnen.
Ook de grote ramen helpen. Het zicht rondom is uitstekend en dat is iets wat in een wereld vol camera’s en sensoren opvallend waardevol blijft. Een camera kan namelijk heel veel. Maar weten waar de auto ophoudt is nog altijd bijzonder handig.




De garage vindt de GLB minder gezellig
Er is echter één plek waar de GLB zich minder thuis voelt. Mijn garage. Dat klinkt dramatischer dan het is, maar de auto heeft een merkwaardige relatie met muren. Zodra de GLB tijdens het parkeren in de buurt komt van een obstakel, begint hij zich daar nogal druk over te maken. Hij remt, waarschuwt en weigert soms mee te werken. Alsof de garage hem persoonlijk heeft beledigd. Het bijzondere is dat de ruimte ruim genoeg is voor auto’s als een Volvo XC90 of Toyota Land Cruiser. Claustrofobie zou hier dus niet direct op de agenda moeten staan. De GLB denkt daar anders over. Gelukkig zijn er voldoende instellingen om het systeem minder zenuwachtig te maken. Maar helemaal begrijpen waarom een auto die bedoeld is voor gezinnen en dagelijks gebruik zo nerveus wordt van een garagewand, doe ik nog steeds niet.
800 volt en serieus laden
Mercedes heeft de GLB voorzien van 800-volt techniek. Daarmee kan de auto DC-laden met maximaal 250 kW. Van 10 naar 80 procent duurt volgens Mercedes ongeveer twintig minuten. Dat zijn keurige cijfers. Zeker voor een auto die ook daadwerkelijk bedoeld is om lange afstanden af te leggen. Met een opgegeven bereik van maximaal 631 kilometer is een rit naar Duitsland dan ook geen logistieke militaire operatie. Laden, koffie halen en weer verder. De combinatie van een groot accupakket, het relatief lage verbruik en de snelle laadtechniek maakt de GLB daarmee behoorlijk geschikt als reisauto. En dat is misschien wel belangrijker dan het zoveelste sprintcijfer. Want laten we eerlijk zijn. Niemand koopt een zevenzitter om als eerste weg te zijn bij het stoplicht.
De zevenzitter blijft interessant
De optionele derde zitrij is misschien wel de grootste reden om voor de GLB te kiezen. Zeven zitplaatsen in een elektrische SUV zijn nog altijd niet bepaald gemeengoed. Er zijn grotere en duurdere alternatieven, maar Mercedes positioneert de GLB precies op het punt waar praktische bruikbaarheid en premiumcomfort elkaar ontmoeten. De achterste twee stoelen zijn uiteraard niet bedoeld als permanente werkplek voor twee volwassen basketballers. Voor kinderen zijn ze prima, voor volwassenen wordt het vooral een kwestie van vriendschap. Maar dat hoeft ook niet anders.
De GLB hoeft niet iedere dag zeven volwassenen comfortabel naar Zuid-Frankrijk te brengen. Het feit dat er überhaupt twee extra zitplaatsen beschikbaar zijn, kan op het juiste moment een enorm verschil maken. Dat is het soort functionaliteit waar een auto zichzelf na verloop van tijd terugverdient. Of niet, want voor financieel advies zijn we wellicht niet de meest geschikte website.


De Mercedes GLB is veel geld
De Mercedes-Benz GLB 250+ begint volgens de huidige gegevens vanaf ongeveer € 56.000. Ons testexemplaar had onder meer het AMG-pakket, comfortabele stoelen en rode Manufaktur-lak en kwam uit op € 67.530. Dat is een hoop geld. Maar de vraag blijft altijd hetzelfde. Is iets duur of is het veel geld? De GLB is veel geld, en voelt ook duur aan. Écht uur vinden we hem echter niet.
De afwerking is op topniveau, de aandrijflijn is uitstekend, het comfortniveau ligt hoog en de hoeveelheid ruimte is indrukwekkend. Daar komt bij dat de auto technisch behoorlijk modern is. Er zijn natuurlijk irritaties. De overdaad aan instellingen bijvoorbeeld. De onnodige Sport-modus. Het parkeersysteem dat in een ruime garage een kleine existentiële crisis krijgt. Maar dat zijn geen zaken die de hele auto onderuit halen.


Conclusie Mercedes-Benz GLB 250+
De nieuwe Mercedes-Benz GLB is geen auto waar na een week spontaan een tatoeage van op de arm verschijnt. Gelukkig maar. Dit is geen auto die bedoeld is om indruk te maken bij het stoplicht. De GLB wil vooral een ontzettend goede dagelijkse auto zijn. Ruim, comfortabel, stil, praktisch en technisch modern. En daarin slaagt hij behoorlijk goed. Het mooie is dat Mercedes bij deze generatie niet geprobeerd heeft om van de GLB ineens een sport-SUV te maken.
Het merk heeft juist gekeken naar wat dit model moet zijn en dat vervolgens verder uitgebouwd. Een praktische elektrische SUV met veel ruimte, zeven zitplaatsen als optie, een grote accu, 800-volt techniek en een behoorlijk ontspannen karakter. De GLB is daarmee eigenlijk precies wat de naam doet vermoeden. Een GLB. Niet spannend, wel verdomd goed in GLB zijn. En na een week rijden snap ik eigenlijk wel waarom deze auto op de oprit mag blijven staan. Al moet de garage daar blijkbaar nog even aan wennen.





