Monterey Car Week is ieder jaar het moment waarop de autowereld collectief besluit dat een miljoen euro voor een auto eigenlijk best redelijk is. Dit jaar ging die gedachte nog iets verder. Dit waren zeven absolute krenten uit de Californische pap. Terwijl de gemiddelde Nederlandse automobilist op maandagochtend zucht bij een bezet laadstation of piekert over de bijtelling van z’n burgerlijke middenklasser, transformeerde het zonovergoten gras van Pebble Beach en The Quail afgelopen weekend in het meest decadente circus op wielen.
Koenigsegg CCGT1: Revanche na twintig jaar
Christian von Koenigsegg heeft een geheugen als een olifant en het doorzettingsvermogen van een Zweedse stoomwals. Toen de FIA in 2007 op het allerlaatste moment de GT1-reglementen omgooide, werd de originele CCGT-racer vlak voor z’n debuut buitenspel gezet. Bijna twintig jaar later pakt Koenigsegg alsnog z’n revanche met de CCGT1. Deze keer is die straat legaal en dus hoeven ze niet te flikflooien met de FIA.
Onder de koolstofvezel koets ligt een 5.0 twin-turbo V8 die op normale benzine 1.280 pk produceert en op E85 zelfs 1.600 pk. Alsof dat nog niet voldoende is, krijgt de CCGT1 Koenigseggs Sequential Shift-systeem. Daarmee kan de bestuurder de negentraps Light Speed Transmission bedienen alsof er een racebak achterin ligt. Er is zelfs een optioneel systeem waarmee een handmatige zesbakervaring wordt gesimuleerd. Er worden slechts 70 exemplaren gebouwd en die zijn inmiddels allemaal verkocht. Want natuurlijk zijn ze dat. Het enige probleem dat Koenigsegg heeft is dat ze niet snel genoeg kunnen ontwikkelen en bouwen. Hun producten verkopen sneller dan de gehaktballen van de Ikea.

McLaren McL 6GT: De handbak is terug in Woking
Bij McLaren hebben ze de ingeving van de eeuw gehad. In plaats van nóg een hybride-systeem toe te voegen dat het gewicht van een kleine bungalow meezeult, grijpt de McL 6GT terug naar het fundament van oprichter Bruce McLaren: de legendarische M6GT uit de jaren 60.
Het recept is opvallend eenvoudig. Een V8, achterwielaandrijving en, hou je vast, een handgeschakelde versnellingsbak. Het is voor het eerst sinds de legendarische F1 uit 1992 dat McLaren weer een handbak aanbiedt. Dat pakket hebben ze verwerkt in een bloedmooie coupé. Het liefst hebben we het in de garage staan maar als poster op de muur worden we er ook al gelukkig van.
Zelfs de versnellingspook is een klein kunstwerk. De mechanische bediening is voorzien van zichtbare titanium delen en een 3D-versie van de beroemde Speedy Kiwi. McLaren wil de auto in 2028 als gelimiteerd model buiten de reguliere modellenlijn gaan bouwen.
Singer x Louis Vuitton 911: Haute couture op wielen
Is dit de ultieme uiting van verfijnd vakmanschap of doorgeslagen luxe-waanzin? Het is in elk geval nog een samenwerking tussen mode en automotive. Singer sloeg voor Monterey de handen ineen met het 172 jaar oude Louis Vuitton. Het resultaat bestaat uit twee unieke Porsche 911’s, uiteraard op basis van de 964. Eén is een atmosferische Classic met een 4,0-liter zescilinder, de andere een Classic Turbo Cabriolet met een 3,8-liter biturbo. Beide krijgen een handbak.
Het gaat bovendien verder dan een LV-logo op de hoofdsteun. De auto’s zitten vol met details uit de decadente wereld van Louis Vuitton, waaronder een uitneembare Tambour-dashboardklok, speciaal gemaakte bagage en materialen en technieken die normaal gesproken in de modewereld worden gebruikt.
De Turbo krijgt zelfs houten details die geïnspireerd zijn op klassieke speedboten. Want als een Porsche 911 al niet duur genoeg is, kan er altijd nog een stukje jacht bij.

Ferrari Luce Chassis 0: de duurste nieuwe auto ooit
Het absolute kookpunt van Monterey kwam bij RM Sotheby’s. Ferrari bracht Chassis 0 van de allereerste volledig elektrische Ferrari naar het veilingblok. De hamer viel uiteindelijk op een bedrag waar zelfs de meeste Monterey-bezoekers waarschijnlijk even van moesten slikken: 40 miljoen dollar.
Daarmee is deze unieke Luce de duurste nieuwe auto ooit die op een veiling is verkocht. En ja, ook de duurste elektrische auto ooit geveild. De auto beschikt over meer dan 1.000 pk en vertegenwoordigt Ferrari’s eerste serieuze stap richting volledig elektrische aandrijving.
Het aardige detail is dat Ferrari het geld niet zelf houdt. De volledige opbrengst gaat naar onderwijsinitiatieven van The Ferrari Foundation. Dat maakt het bedrag niet minder krankzinnig, maar wel een stuk makkelijker uit te leggen tijdens de volgende familiebijeenkomst, of voor de boekhouder.
Gordon Murray Special Vehicles S1: Analoge perfectie
Als Gordon Murray een potlood pakt, zit de rest van de autowereld op z’n stoel te shaken. De nieuwe S1 van Gordon Murray Special Vehicles is het meer op de openbare weg gerichte broertje van de extreme S1 LM. Ook worden er iets meer van gemaakt. Van de S1 LM mochten er maar vijf de fabriek verlaten (zoveel hadden ook Le Mans uitgereden). Deze keer worden er 64 gemaakt en die zijn allemaal al verkocht.
De basisopstelling is nog altijd heerlijk absurd. De bestuurder zit in het midden, met twee passagiers ernaast. Achterin ligt een atmosferische 4,2-liter Cosworth V12 die 680 pk levert en doorjankt tot 12.100 tpm. Dat laatste is ongeveer het punt waarop de meeste moderne auto’s besluiten dat 6.000 toeren wel genoeg emotie is voor één dag.
De S1 krijgt een handgeschakelde zesbak en actieve aerodynamica, maar is duidelijk meer op GT-gebruik gericht dan de S1 LM. Gordon Murray heeft daarmee iets voor elkaar gekregen wat bij gewone auto’s steeds moeilijker wordt. Een auto bouwen die mechanisch klinkt alsof er nog iemand aan de andere kant van de machine staat.

Aston Martin Valen: V12 instrument
Tot slot de overtreffende trap van ongeblazen spierballentaal. De Aston Martin Valen is het soort auto waarbij de ontwerpafdeling vermoedelijk begon met de vraag hoeveel V12 er eigenlijk in een Vanquish past en daarna vergat te stoppen.
Aston Martin Q legt een 5,2-liter twin-turbo V12 in het vooronder. Het vermogen bedraagt 850 pk en het koppel 1.000 Nm. Daarmee is het de krachtigste straatlegale Aston Martin met voorin geplaatste motor tot nu toe. Er komen slechts 150 exemplaren en de auto is flink lichter gemaakt met onder meer carbon, magnesium, aluminium en titanium. De topsnelheid ligt op 345 km/u en de sprint naar 100 km/u duurt ongeveer 3,1 seconden.
Het uitlaatsysteem is bovendien zo aangepast dat het geluid volgens Aston Martin 50 procent luider is dan dat van de Vanquish. Omdat blijkbaar ook de buurman van de eigenaar een stem in het aankoopproces moet hebben.
Spyker C8 Preliator XXV: Hollands glorie uit Zeewolde
Het merk uit Nederland weigert definitief de pijp uit te gaan. Daar kunnen we alleen maar bewondering voor hebben. Zeker als het in zo’n mooie auto aangeboden wordt. Spyker maakte tijdens The Quail zijn comeback met de C8 Preliator XXV.
De aluminium carrosserie wordt met de hand opgebouwd en het interieur zit vol met de bekende luchtvaartinspiratie van Spyker, al mist die het iconische stuur van oudere modellen. Onder de kap ligt een 4,0-liter twin-turbo V8 van Audi, goed voor 789 pk. De kracht gaat via een handgeschakelde zesbak naar de achterwielen en de topsnelheid ligt boven de 350 km/u. Wél zoals oudere modellen is het schakelmechanisme bloot.
Er komen slechts 25 exemplaren. Daarmee is de kans dat er binnenkort eentje bij de plaatselijke Albert Heijn staat ongeveer even groot als de kans dat Victor Muller besluit het merk te laten overlijden. Misschien nog het mooiste detail: precies 100 jaar nadat Spyker zijn V3-vliegtuig voor het laatst produceerde, staat er opnieuw een Spyker met nadrukkelijke luchtvaartinvloeden op het Californische gras.

Monterey Car Week 2026 bewees daarmee opnieuw dat de autowereld zich uitstekend thuis voelt in twee totaal verschillende werelden. Aan de ene kant staat de stille, $40 miljoen kostende stroomauto die dankzij een liefdadigheidsveiling de duurste nieuwe auto ooit op een veiling wordt. Aan de andere kant staan de analoge helden die blijven vechten voor handbakken, hydraulische besturing, jankende V12’s en mechanische schakelaars.
En ergens daar tussenin staat een Nederlander met 800 pk, een handbak en een merk dat al twee keer dood is verklaard. De gemiddelde automobilist kan opgelucht ademhalen, de autojournalist alleen maar meer. De auto is nog altijd compleet gestoord. Gelukkig maar.



