De Range Rover Velar heeft een kop om verliefd op te worden. Het is ongetwijfeld een mooie auto. Nu zullen veel mensen een auto kopen op looks alleen, maar dat wil niet zeggen dat ze dan ook goed zijn. Aan ons meteen de taak om die vraag te beantwoorden.
| Sterke punten: | Zwakke punten |
| + Styling | – Onhandige bult waar voeten horen |
| + Materiaal keuze | – Veel duurder dan de concurrenten |
| + Stilte en rust | – Verbruik zonder lading |
Wat is de Range Rover Velar
In het segment waarin de Velar opereert, kom je automatisch uit bij de usual suspects zoals de BMW X3, Mercedes-Benz GLC, Volvo XC60 en de Porsche Macan. Allemaal auto’s die ergens objectief beter in zijn: de BMW rijdt scherper, de Mercedes is comfortabeler, de Volvo voelt verstandiger en de Porsche doet alsof hij een sportauto is. De Velar doet iets anders: die probeert je te overtuigen dat je smaak hebt. En dat doet hij dan ook erg goed.
Qua praktische inzetbaarheid doet hij het prima. Met zo’n 568 liter bagageruimte achterin en maximaal ongeveer 1.800 liter als je de achterbank neerklapt, kun je er zonder problemen een weekend mee weg, inclusief koffers en het hele gezin. Ook langer dan een weekend moet wel lukken trouwens. Hij is niet de ruimste in zijn klasse, maar ook zeker niet gênant klein. Hetzelfde geldt voor het trekvermogen: tot zo’n 2.400 kilo geremd, wat betekent dat hij zonder klagen een caravan, trailer of ander symbool van levenskeuzes meesleept.
Dan het verbruik. Op papier rijdt de plug-in hybride bijna gratis. De cijfers van Range Rover vertellen ons dat gecombineerd 4,5 liter per 100 kilometer mogelijk is. Eerlijk is eerlijk, mét lading in het accupakket is dat bijzonder makkelijk te halen. Wanneer dat pakket na zo’n 45 kilometer leeg raakt, schrokken we enigszins van het verbruik. Op snelwegsnelheden, met cruisecontrol ingeschakeld, reden we ongeveer 1 op 8. Zelfs meer dan de Range Rover Sport SV onder dezelfde omstandigheden.
De prijs begint bij €89.056. Nu moet je al goed verdienen om dat logischerwijs te kunnen verantwoorden. Maar zoals bij het meeste van dit kaliber zit de pijn in de opties, en voor je het weet zit je ruim boven de ton omdat je stoelverwarming, een beter audiosysteem en een paar esthetische keuzes toch wel “essentieel” vond.
Uiteindelijk is de Velar geen rationele keuze en dat probeert hij ook niet te zijn. Hij is niet de beste in ruimte, niet de goedkoopste in gebruik en niet de meest dynamische om te rijden. Maar hij is wel een van de weinige SUV’s in dit segment waar je nog even naar omkijkt als je hem parkeert. En laten we eerlijk zijn: dat is precies waarom hij bestaat. Trouwens, over dat rijden gesproken.


Hoe rijdt de Range Rover Velar
Om te rijden gaan we natuurlijk zitten. Dan valt direct iets op. Meteen rechts van het gaspedaal zit een onhandige bult. Een bult zo dik dat er praktisch omheen gewerkt moet worden tijdens het rijden. Niet alleen is dat niet erg comfortabel, op lange ritten heeft het de nodige slapende voeten opgeleverd. We snappen dat het nodig zal zijn voor het hybride systeem of iets dergelijks. Is dit de beste oplossing? Wij denken van niet.
Dan de befaamde N-weg. Mét acculading is de auto hier stil, erg stil. Voornamelijk wordt de elektromotor gebruikt en zoef je door het verkeer van afspraak naar afspraak. Er zijn drie rijmodi tot de beschikking, waarvan er twee een verwaarloosbaar verschil laten merken. Dan hebben we het over Eco en Normal. Wellicht dat er op de achtergrond meer gebeurt dan we kunnen merken, maar aan het rijden verandert er weinig. Het stuurgevoel blijft erg licht, het rempedaal idem dito, al is de feedback daarvan wel prettig uitgekiend. Ook is in beide modi geen verschil te merken in de dempers en hoe die hun werk doen. Het blijft comfortabel, al is voornamelijk de achteras wat overgeveerd. Daardoor reageert de auto op hobbelige wegen meer als een pendulum dan als iets met vier wielen.
Het regeneratieve remmen is, met enig assertief rijgedrag, voldoende om de auto goed door het verkeer te loodsen. Al moet gezegd worden dat er door dat regeneratieve remmen, op zijn minst ogenschijnlijk, niet erg veel teruggewonnen wordt. Dat gezegd hebbende blijft er zo altijd wat lading in reserve zitten om te gebruiken als steuntje in de rug.


Op de snelweg is er meer van hetzelfde. Een erg rustige rit waar het schommelgevoel aanwezig blijft. Nu kunnen we het vermogen wat meer aanspreken. Daarvoor trekken we de twee liter viercilindermotor volledig open. Gecombineerd met de elektromotor is die goed voor zo’n 404 pk en een even grote hoeveelheid koppel. Dat betekent dat “meegaan met het verkeer” zo simpel is als het aanzetten van een tv. Ook met deze snelheden, 100 km/h uiteraard, blijft het door de prettige isolatie rustig in de auto. Iets dat versterkt wordt door het extreem minimalistische interieur. Maar daar komen we later nog even op terug.
Dan komt het moment dat we op de modus-schakelaar doorklikken naar Dynamic, de meest sportieve rijmodus. Nu wordt het niet ineens een raceauto, verre van. Het sturen wordt wat zwaarder (had niet gehoeven wat ons betreft), de respons op het gas wat gretiger, dat vinden we wel geinig. Het beste dat deze modus voortbrengt is echter een strakker onderstel. Het spant zich aan als een kind dat een potje gaat armworstelen. Echt hard is het niet, maar naar onze mening wel prettiger dan het eerdere geschommel. Dat is nu namelijk weg. Dat is ook gelijk de reden dat we deze modus de rest van de testperiode gebruikt hebben. In dit zeldzame geval is strakker gewoon beter.
Sterke punten
Het design is zonder twijfel het sterkste punt van de Range Rover Velar. Zeker in een opvallende kleur zoals ons testmodel is het een plaatje om te zien. Even terugkijken nadat je geparkeerd hebt, of de auto zelf hebt laten parkeren, is eigenlijk niet optioneel. Alle hoeken, lijnen en details zijn er om indruk te maken en dat doen ze voortreffelijk.
Binnenin gaat dat feestje door. Hebben we het over materiaalkeuze, dan zijn hier uitmuntende keuzes gemaakt. Alles voelt prijzig aan en er is nauwelijks plastic te vinden in de cabine. Op het stuur zitten nog een aantal fysieke knoppen waarmee het gros bediend kan worden, de rest gaat via het infotainmentscherm. Dat vereist enige gewenning, maar zodra je doorhebt dat het een beetje werkt als een iPhone, is het eigenlijk best logisch.
Het is al benoemd, maar de rust achter het stuur is er een die nauwelijks geëvenaard wordt in dit segment. De isolatie is subliem en de stilte die daaruit voortkomt alleen maar prettig.


Zwakke punten
Laten we er even snel op terugkomen, want het meeste hebben we al behandeld. De bult, veroorzaakt door het hybride systeem, is onhandig en niet comfortabel. Als datzelfde systeem door zijn lading heen is, verbruikt de auto grote hoeveelheden brandstof. Ongeveer evenveel als Cookie Monster koekjes eet. Dat is even slikken, zeker in deze tijd.
Dan nog even over die concurrenten. De Audi Q5, BMW X3 en Mercedes GLC zijn allemaal prima keuzes. De Range Rover heeft een vanafprijs van €89.056. Dat betekent dat hij al snel €15.000 tot €30.000 duurder is dan de concurrentie. Nu is de Range Rover prachtig afgewerkt en (afhankelijk van je smaak) ook mooier om te zien, maar dat prijsverschil is te groot om te negeren. Daardoor zit de auto een beetje in een ongemakkelijke limbo tussen segmenten: iets goedkoper dan een Audi Q7, BMW X5 of Mercedes GLE, maar net te duur voor waar hij eigenlijk thuishoort.
Uitrusting
De uitrusting van de Velar is er eentje die op papier al vrij compleet lijkt, maar ondertussen precies genoeg ruimte laat om je alsnog richting de optielijst te duwen.
Standaard krijg je namelijk best een aardig pakket. Denk aan een groot 11,4 inch infotainmentscherm, een digitaal instrumentenpaneel en alle connectiviteit die je verwacht: Apple CarPlay en Android Auto zijn gewoon aanwezig. Ook comfort is netjes geregeld met elektrisch verstelbare stoelen (met geheugen), een automatische klimaatregeling met twee zones en een elektrisch bedienbare achterklep.
Qua rijden en veiligheid zit het ook wel goed. Vierwielaandrijving is standaard, net als zaken als adaptive cruise control, rijstrookassistentie en een achteruitrijcamera. Daarbovenop krijg je nog wat typisch Range Rover-spul zoals All Terrain Progress Control, waarmee je over modderpaden kunt kruipen alsof je weet wat je doet.
Binnenin is het zoals je verwacht: leer, een strak dashboard en nauwelijks knoppen. Maar, en dit is een beetje de rode draad, het is allemaal nét niet overdreven. Je krijgt de basis van luxe, niet de overdaad. Geen massagestoelen, geen gigantische velgen, geen gekke kleurencombinaties. Dat soort dingen bewaart hij netjes voor de optielijst. En dan kan die prijs akelig makkelijk richting zes cijfers gaan.


Conclusie Range Rover Velar
De Range Rover Velar P400e is geen auto die je met je hoofd koopt. Daarvoor zijn er simpelweg te veel betere, goedkopere of efficiëntere alternatieven. Maar dat is ook een beetje het punt. De Velar verkoopt geen cijfers, geen specificaties en ook geen rationele argumenten. Hij verkoopt gevoel. Design, rust, uitstraling. Het idee dat je iets rijdt dat net even anders is dan de rest van de parkeerplaats. Dat is het verkooppunt hier.
Ja, hij verbruikt fors zonder lading. Ja, hij is duur. En ja, die bult bij je rechtervoet gaat je op een slechte dag irriteren, of maakt een goede dag wat vervelender. Maar stap uit, loop een paar meter weg en kijk nog één keer om. En dan weet je eigenlijk alweer genoeg. Voor zover ‘lifestyle-SUVs’ gaan, is dit misschien wel de koning. Dat wil zeggen dat het een monarchie is. Een monarchie is zelden foutloos. Maar Range Rover laat zien dat die ook niet slecht hoeft te zijn.









