Je zult als autofabrikant maar de wereld aan je voeten hebben. Dan word je opgezadeld met de wensen en eisen van een heleboel compleet verschillende klanten. Om hun kansen op commercieel succes te spreiden, ontwikkelen veel automerken daarom voor elk werelddeel heel verschillende modellen. Renault gunt DagelijksAuto.nl een interessant kijkje in de wereldkeuken.

Nieuwe markten
Er is een tijd geweest dat autofabrikanten met slechts één model de gehele wereld wilden veroveren. Denk bijvoorbeeld aan de Ford Mondeo, die in 1993 werd gelanceerd. Zijn naam zei het eigenlijk al: het was een auto met mondiale ambities. Maar dertig jaar geleden zag de wereld er heel anders uit dan nu. De grote aantallen werden verkocht in Europa en Noord-Amerika, de belangrijke autoconcerns hadden nog nauwelijks aandacht voor voorzichtig groeiende economieën als China, India of Latijns-Amerika. Terwijl dit vandaag de dag juist de markten zijn waar deze concerns hun verdienmodel op moeten afstemmen. Eén model voor de hele wereld? Dat is inmiddels een achterhaald idee.



Elk werelddeel een andere smaak
De autokoper uit deze gebieden stelt namelijk heel andere eisen dan de Europese klant of die uit Noord-Amerika. Dat de Europese verkopen voor een groot deel draaien op B- en C-segment SUV’s met een geëlektrificeerde aandrijflijn, wil nog niet zeggen dat deze modellen ook in India of in Brazilië een gegarandeerd succes worden. Fabrikanten zoeken mondiale expansie op door overal ter wereld designstudio’s en fabrieken te openen.
Kijk bijvoorbeeld maar naar Renault. Een aantal decennia geleden probeerde het Franse merk een graantje op de wereldmarkt mee te pikken met op Europa toegespitste modellen. Zo werd de (klassieke) Renault 4 bijvoorbeeld ook geassembleerd in Colombia, Australië en Madagascar – en met groot succes. Maar als Renault de nieuwe R4 E-Tech Electric vandaag in bijvoorbeeld Zuid-Korea zou introduceren, is de kans op commercieel succes waarschijnlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend.

Renault Filante
Het Zuid-Koreaanse publiek wil immers heel andere auto’s dan wij in Europa. Daar zijn ze verliefd op grote SUV’s en luxe sedans. Het enige model dat Renault vanuit Europa naar oostelijk Azië verscheept, is de Scenic E-Tech Electric. Alle andere modellen uit het Koreaanse leveringsprogramma, zijn lokaal ontwikkeld – in Zuid-Korea. En ze worden daar ook gebouwd. Koreaanse Renaults als de Grand Koleos en Arkana kennen wij natuurlijk ook, maar dat waren toch vreemde eenden in de Europese verkoopbijt. Die modellen zijn hier inmiddels ook niet meer leverbaar, doordat ze zo moeilijk te rijmen waren met de Europese smaak.
Onlangs lanceerde Renault in Zuid-Korea zelfs een geheel nieuw topmodel, de Filante. Deze grote SUV is specifiek ontworpen met de wensen van de Zuid-Koreaanse klant in het achterhoofd. Een E-segment SUV met een heleboel luxe en geavanceerde technologie aan boord (want dat wil de Koreaanse koper) en een krachtige plug-in hybride aandrijflijn met 250 pk. Kortom: een auto die in Europa waarschijnlijk veel te duur wordt en niet aan de straatstenen te slijten zou zijn. Daarom gaan we de Filante hier nooit in de Renault-showroom zien.



Een pick-up? Van Renault?
Zoals Renault zijn modellen voor de Zuid-Koreaanse markt ontwerpt en bouwt in Zuid-Korea, zo heeft het merk ook in andere werelddelen zijn ontwikkelings- en productiefaciliteiten. In India, een van de belangrijkste groeimarkten ter wereld, is kortgeleden de nieuwe Renault Duster onthuld. Nee, geen omgekatte Dacia, maar een geheel nieuw ontwikkeld SUV’tje. In Zuid-Amerika heeft Renault eveneens een designstudio en een fabriek. Hier wordt bijvoorbeeld ook een pick-up met Renault-logo’s verkocht.
Voertuigen die voldoen aan heel specifieke toepassingen, volledig toegespitst op de klandizie in een specifiek deel van de wereld. Zonder Europa als eindbestemming. Modellen als de nieuwe Twingo en de elektrische Renault 5, die bij ons hartstikke goed aanslaan en gezien worden als typisch Frans, zullen daarom waarschijnlijk nooit in India, Zuid-Korea of Brazilië op de markt gebracht worden. Wen er maar aan: Renault is een wereldmerk met grote ambities. In 2030 moet de verkoopteller op 2 miljoen auto’s op jaarbasis staan.

Bestaande fabrieken
Deze globalisering van het modellenaanbod zorgt voor hogere verkoopaantallen, maar brengt uiteraard ook hogere ontwikkelingskosten met zich mee. Die worden echter deels weer gecompenseerd doordat Renault bij bestaande productiefaciliteiten is ingetrokken. Zo prijkte nog niet eens zo lang geleden een Samsung-logo op de Renault-fabriek in Busan, aan de zuidkust van Zuid-Korea.
Daarnaast is Renault een samenwerkingsverband aangegaan met het Chinese Geely, dat een deel van de productiecapaciteit van de Koreaanse Renault-fabriek mag gebruiken voor de productie van de Polestar 4, bestemd voor Noord-Amerika. Van dezelfde, hypermoderne productielijn rollen ook de Koreaanse Renault Arkana, Grand Koleos en Filante.



Al sinds de T-Ford
Dat Renault niet alleen in Frankrijk, maar op veel meer locaties ter wereld een ontwikkelingscentrum heeft, brengt grote voordelen met zich mee. Laurens van den Acker, Chief Design Officer van de Renault Group: “Uiteraard werken de verschillende designstudio’s nauw met elkaar samen. En dat maakt het mogelijk om 24 uur per dag te presteren. De werkdag begint in Seoul, vervolgens gaat onze studio in India open. Dan ontwaakt Europa en vervolgens neemt Brazilië het stokje over.”
Mede hierdoor kon de nieuwe Renault Twingo E-Tech Electric in slechts 21 maanden worden ontwikkeld. “Normaal is er minstens een jaar langer nodig voor de ontwikkeling van een nieuw model”, zegt Van den Acker. “Een belangrijk deel het werk is uitgevoerd door de in Shanghai gevestigde Renault-afdeling, Advanced China Development Center. Zodat we erin geslaagd zijn om de nieuwe Twingo in zo’n kort tijdsbestek klaar voor productie te maken.” Mocht je trouwens denken dat je de kleine koplampen van de Filante eerder ergens gezien hebt, sla dan onze test met de nieuwe Renault Clio er maar eens op na.

Geheel naar de smaak van de klant
Behalve Renault kunnen tal van andere automerken worden aangedragen die volgens een soortgelijke ‘24-uurs economie’ werken. Waarschijnlijk is Ford daarvan wel het oudste voorbeeld. Al sinds de Model T heeft het Amerikaanse concern overal ter wereld fabrieken gebouwd – ook aan de Hemweg in het Amsterdams havengebied.
Een merk als Skoda past de strategie van mondiale kansenspreiding eveneens toe, en met groot succes. Aan de andere kant doen autofabrikanten uit Japan en Zuid-Korea natuurlijk precies hetzelfde, met modellen die speciaal voor Europa of Noord-Amerika zijn ontwikkeld en ook lokaal worden geproduceerd. De grote Chinese autoconglomeraten hebben hun pijlen eveneens gericht op de Westerse markten. Zodat zij hun auto’s beter kunnen toespitsen op de smaak van de regionale klant – die van ons, dus.

