Het is de meest verkochte auto ter wereld: de Ford F-150. Recente ontwikkelingen hebben dit succesverhaal echter in gevaar gebracht. De verkoop van de F-150 is dalende en de Amerikaanse overheid wil Ford niet helpen.
De Ford F-150 is al jaren niet alleen de bestverkopende pick-up, maar ook de bestverkopende auto van Amerika. Sinds de introductie in 1975 zijn er al meer dan 33 miljoen exemplaren van verkocht. Dan tellen we de andere pick-ups uit de F-serie, zoals de F-250 en F-350, niet eens mee. In 1977 was de F-150 voor het eerst de bestverkopende auto en dit record hield het 48 jaar vast. In 2025 wist een andere auto voor het eerst de hegemonie van de F-150 te doorbreken: dit was de Toyota RAV4. Iets dat Ford overigens tegenspreekt.
Minder populair
In 2025 vielen de verkopen van de Ford F-150 voor het eerst tegen. Er werd een daling van 5 procent geconstateerd. Dit jaar gaat het niet veel beter. Verkoopaantallen blijven ver achter. Dit heeft verschillende oorzaken. Sowieso zijn grote pick-ups minder populair geworden. Groter is niet altijd beter en er zijn meerdere kleinere pick-ups op de markt gekomen. Ford heeft zelf bijvoorbeeld de Maverick geïntroduceerd. Toch zijn de tegenvallende verkopen van de F-150 niet alleen hierdoor te verklaren.

Eind vorig jaar brak er brand uit bij een leverancier van Ford. Novelis in Oswego, New York, maakt aluminiumdelen voor verschillende autofabrikanten. Voor Ford was dit een groot probleem, want een groot deel van de F-150 is gemaakt uit aluminium. Dit geeft hem een gewichtsvoordeel ten opzichte van de concurrentie. Het merk maakt er zelfs reclame mee, dus aluminium is erg belangrijk.
Importtarieven
Als gevolg van de brand moest Novelis aluminium uit het buitenland halen. Dankzij het beleid van president Trump betekent het dat er een importtarief van 25 procent over betaald moet worden. Deze kosten worden uiteraard doorberekend aan Ford, die zo ineens 900 miljoen dollar extra kwijt is. De kostenstijging bereikt ook de dealers: de prijs van de Ford F-150 is omhoog gegaan. Dit heeft uiteraard ook zijn gevolgen voor de verkopen.

Ford heeft vanwege de omstandigheden tijdelijk uitstel van de importtarieven aangevraagd bij de Amerikaanse overheid. Deze kreeg het ook, maar slechts voor één maand. Dit is veel te weinig, want Novelis verwacht pas in mei de productie weer op te starten. Toen journalisten van de Wall Street Journal ernaar vroegen, gaf een woordvoerder van het Witte Huis aan dat autofabrikanten ‘hun aanvraag voor hulp bij de importtarieven niet overtuigend genoeg hadden aangevraagd’. Volgens de journalisten betekent dit dat Ford niet genoeg onderhands heeft betaald aan de politiek. Welkom in het Amerika van 2026.
