De Seat Arona (2026) onderging recentelijk een facelift. Een metamorfose die echter weinig om het lijf heeft. Een gemiste kans? Of heeft het Spaanse SUV’tje nog altijd dezelfde aantrekkingskracht als ruim acht jaar geleden, toen hij op de weg verscheen? Een weekje testen maakt veel duidelijk.
| Sterke punten | Zwakke punten |
| + Goedkoopste SUV in private lease | – Besluiteloze start/stop |
| + Prima rijeigenschappen | – Relatief hoog verbruik |
| + Standaard 8 jaar garantie | – Allang de jongste niet meer … |

De tijd staat geen moment stil. Sterker nog: in de autowereld gaan de ontwikkelingen sneller dan ooit. Elektrificatie van de aandrijflijnen, steeds strengere wetten op het gebied van veiligheid, Europa’s zwalkbeleid op CO2-gebied, de invloed van politieke conflicten op de energieprijzen en beschikbaarheid van onderdelen … En niet te vergeten: de opkomst van de Chinezen.
Genoeg dat de gemoederen dagelijks bezighoudt. Maar bij Seat bleef het in de tussentijd ‘business as usual’. Althans: voor de buitenwereld. ‘Geen nieuws’ betekent echter niet altijd ‘goed nieuws’. Want het had weinig gescheeld, of het Spaanse merk belandde op het offerblok.

Tijd uitdienen
Binnen de Volkswagen-groep wisten ze niet meer zo goed wat ze met Seat aan moesten. Dan maar een andere functie. Niet meer die van automerk, maar die van mobiliteitsaanbieder. Met de promotie van sportlabel tot onafhankelijk opererend merk, kwam de oorspronkelijk aan Seat toebedeelde rol als ‘het Alfa Romeo van Volkswagen’ terecht bij Cupra. De bestaande Seat-modellen zouden hun tijd wel uitdienen, en geen opvolging meer krijgen. De productiecapaciteit van Seats fabriek in Martorell was immers hard nodig voor de bouw van VW’s nieuwe compacte elektrische modellen, zoals de Cupra Raval en Skoda Epiq.



De belangrijkste veranderingen
Maar nu blijkt dat de soep toch niet zo heet gegeten wordt als hij is opgediend, want de aloude Ibiza en Arona ondergingen onlangs weer een facelift. Dat is geen ingrijpende metamorfose geworden, het nut van deze investering werd klaarblijkelijk toch ingezien. Want aan de verkoopcijfers van de inmiddels antieke Seat-modellen mankeert het niet. De vernieuwde Arona – die in 2021 ook al een facelift onderging – is bij de eerste oogopslag herkenbaar aan de andere koplampen, de zeshoekige grille en de mistlampen in het onderste koelrooster. Maar daarmee hebben we de belangrijkste veranderingen wel samengevat. Onderhuids veranderde er namelijk helemaal niets aan de auto.

Zijn ware leeftijd
Wat concreet betekent, dat er dus geen elektrische hulpmiddelen worden ingezet om het benzineverbruik en de CO2-uitstoot te temperen. In de Seat Arona ligt een driecilinder turbomotor met een inhoud van één liter, naar keuze met 95 pk en een handgeschakelde zesbak, of met maximaal 115 pk en een zeventraps DSG-automaat. De Arona kan zijn ware leeftijd daardoor moeilijk meer verbloemen. Met zijn dubbele koppeling was de DSG-transmissie ooit het toonbeeld van souplesse, maar de bak staat met zijn toch wat schokkerige schakelgedrag inmiddels niet meer in de schaduw van de lineaire acceleratie die we tegenwoordig van EV’s gewend zijn.



Merkwaardige momenten
Dat komt ook door het start-/stopsysteem, dat de verbrandingsmotor soms op merkwaardige momenten het zwijgen oplegt. En vervolgens enige bedenktijd nodig heeft om op dat besluit terug te komen. Doordat elektrische hulpmiddelen ontbreken, valt het benzineverbruik tegen. Wij reden gedurende de testweek gemiddeld 6,5 l/100 km (1 op 15,8). Ooit een schitterende prestatie, maar met een concurrent als de hybride Toyota Yaris Cross haal je tegenwoordig moeiteloos 4,5 l/100 km.

Zeldzaam …
Rijden met de Seat Arona 1.0 EcoTSI DSG-7 blijft desondanks heel plezierig. Terwijl de driecilinder op de achtergrond tevreden knort, levert hij nog altijd heel behoorlijke prestaties. Van 0 naar 100 kost 10,3 seconden, voor de meeste kopers is dat vlot zat. Dat ‘Alfa Romeo van Volkswagen’ voel je nog steeds terug in het onderstel, en dan met name in de besturing. Die reageert verrassend direct en met een aangename feedback. Iets dat in het EV-tijdperk steeds zeldzamer wordt. Rijplezier heeft de Arona dan ook genoeg te bieden.


Eigenlijk alles
Wij testten de Arona in de ‘sport light’ uitvoering FR Business Edition, die onder meer over fijne kuipstoelen beschikt. Voor 37.990 euro krijg je bij deze versie eigenlijk alles wat je als veeleisende autokoper mag verwachten, van automatische klimaatbeheersing met twee temperatuurzones tot een achteruitrijcamera, en van een hele reeks rijhulpsystemen tot een infotainmentsysteem dat werkt met Apple CarPlay en Android Auto.

Goedkoopste SUV in de private lease
Maar goed, dan hebben we het wel over de meest complete uitvoering van de Arona-reeks. Goedkoper kan het ook, namelijk vanaf 27.900 euro. Wat de Arona voor veel particulieren des te aantrekkelijker maakt, is acht jaar garantie. Maar daarvoor moet je de auto wel over de gehele periode door de officiële dealer volgens de boekjes laten onderhouden.
Kies je liever voor een compacte SUV in de private lease, dan ben je met de Arona bij elke leasemaatschappij heel goedkoop uit. Bij Seat zelf is 369 euro het starttarief, maar na een beetje shoppen kun je nog een paar tientjes extra in de maand besparen. Ook al bestaat de Arona alweer dik acht jaar, voor autokopers die ‘budget’ als aankoopargument op nummer 1 hebben staan, is het Spaanse SUV’tje nog altijd een heel betaalbaar en kwalitatief goed, en daarom erg aantrekkelijke aanbieding.

