Een amerikaans interieur

We kennen het allemaal, scenes uit films of series waarin een acteur moet doen alsof hij of zij autorijdt. Dit komt voor in allerlei films en series, maar één ding heeft bijna elke autorijdscene gemeen: er wordt erg veel gestuurd. Zelfs als men rechtdoor rijdt, wordt er altijd aan het stuur gewiebeld. Maar, waarom sturen acteurs zo veel?

Doen alsof

Een van de belangrijkste redenen is dat er tijdens het filmen van een autorijdscene bijna nooit écht wordt gereden. De acteurs zitten in een auto die op een bewegend platform staat, met op de achtergrond een green screen. Ook komt het voor dat er een auto op een aanhanger door een straat wordt getrokken, op dezelfde manier als bij James Cordens’ ‘Carpool Karaoke’.

Misschien wel het perfecte voorbeeld van een filmauto: de General Lee uit The Dukes of Hazard.
Misschien wel het perfecte voorbeeld van een filmauto: de General Lee uit The Dukes of Hazard.

Stuurbekrachtiging?

Veel mensen denken dat ‘acteerwerk’ de enige reden is. Dat is niet zo! Er zit een nog veel interessantere reden achter. Een groot deel van de auto’s die op dit moment rondrijden, beschikt over stuurbekrachtiging. Sommige auto’s hebben een geavanceerder systeem dan andere, maar bijna elke auto heeft het.

Door de jaren heen is de achterliggende techniek van stuurbekrachtiging veranderd. Zo hebben we nu elektronische stuurconnecties in plaats van een fysieke verbinding met de as. Daarnaast hebben veel auto’s al geen stuurbekrachtigingspomp meer, maar gewoon een elektronisch hulpsysteem.

Nu zijn er natuurlijk nog erg veel auto’s die ‘gewone’ stuurbekrachtiging hebben, voorzien van het systeem dat met olie en een pomp werkt. Die systemen zijn vandaag de dag allemaal variabel. Dat betekent dat, hoe harder je rijdt, hoe minder de stuurbekrachtiging doet. Dus bij parkeren wordt je stuur meer bekrachtigd dan bij het rijden op de snelweg, maar…

een voorbeeld van een auto met een elektronische stuurinrichting
Een voorbeeld van een auto met een elektronische stuurinrichting

Vroeger

…nu komt de aap uit de mouw! Vroeger waren heel veel stuurbekrachtigingssystemen niet variabel. Dat betekende dus dat je bij het parkeren de volledige stuurbekrachtiging had, maar óók als je op de snelweg reed.

Dit zorgde ervoor dat, vooral bij enorm zware Amerikaanse auto’s, de stuurbekrachtiging erg sterk moest zijn om normaal te kunnen parkeren. Maar dit veroorzaakte ook dat rijden op de snelweg een sponzige activiteit werd. De stuurbekrachtiging werkte op volle toeren, terwijl dat op de snelweg bijna niet nodig is.

In de voorbijgevlogen dagen moest men op de snelweg erg veel corrigeren met het stuur, omdat bestuurders simpelweg geen gevoel hadden bij het sturen. Er werd zo veel bekrachtigd op de snelweg, dat de weerstand op het stuur bijna nul was. Zoals u zich kan voorstellen, is het dan erg moeilijk inschatten wanneer je moet bijsturen.

Dus, voortaan als er thuis een film wordt gekeken en er is een acteur als een malle aan het stuur aan het trekken, dan weet jij dat het niet aan zijn opleiding ligt, maar aan de voorbijgevlogen dagen van niet-variabele stuurbekrachtiging.

Categorieën

0 REACTIES
Reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *