Benzine is het goudgele goedje dat je eens in de zoveel tijd in de geschikte vuldop van je auto moet gooien. Je motor doet een gecontroleerde boem en je kan vooruit. Maar nu auto’s zuiniger, efficiënter en in veel gevallen ook voorzien zijn van een elektromotor hoeft men minder te tanken. “Fijn toch” zou je denken. Maar zoals je grootouders vast wel eens gezegd hebben – “ze maken ze niet meer zoals vroeger”.

Recentelijk reed ondergetekende in de nieuwe Volkswagen Golf GTE (rijtest komt snel). Vanwege de uitzonderlijke verbruikscijfers die die auto neerzetten begon de volgende vraag te broeien: wat gebeurt er met benzine die oud wordt in je tank? Wat is de impact van E5 vergeleken met E10? En de iets minder gerelateerde: Waarom gingen oudere auto’s zoveel langer mee.

De chemie van brandstof

Benzine is geen simpele vloeistof, maar een cocktail van honderden koolwaterstoffen plus een lading additieven. Zoals ieder scheikunde experiment is het hevig ondervonden aan verandering van de tijd. Daar kan immers niks aan ontsnappen.  Zodra die cocktail in je tank zit, begint het verval, dat gaat als volgt:

Verdamping: de lichtste componenten (denk aan iso-octaan en andere vluchtige stoffen) ontsnappen het snelst. Gevolg: lager octaangetal → grotere kans op pingelen en slechtere verbranding.

Oxidatie: onder invloed van zuurstof vormen zich peroxiden en harsachtige stoffen. Die polymeriseren en veranderen je benzine van een frisse cocktail in een soort stroop die je injectoren en benzine leidingen dichtplakken.

Fase-scheiding: bij benzine met ethanol (E5/E10) kan vocht zich ophopen en een aparte water-alcohol laag vormen op de bodem van je tank. De motor krijgt dan eerst een slok verdunde troep voordat er weer ‘echte’ benzine komt. Nu hoeven we vast niet uit te leggen dat dat niet goed is voor je motor.

Daar bovenop komt temperatuur. Een auto die in de zon staat, krijgt meer verdamping en oxidatie; een klassieker die ’s winters stilstaat, lijdt juist onder condensvorming in de tank.

Een moleculair beeld van de belangrijkste elementen in benzine.

 Klein getal met een groot effect

Op de pomp staat het zo onschuldig: E5 of E10. In werkelijkheid bepaalt dit cijfer of je brandstof een relaxt pensioen tegemoet gaat, of dat het na een paar maanden al aftakelt.

E5 bevat maximaal 5% bio-ethanol. Nog altijd hygroscopisch, maar relatief beheersbaar. Dat maakt het risico van vochtopnamen beperkt, daarbij heeft E5 een hogere energie-inhoud. Betekent een grotere boem in je verbrandingsmotor. Bovendien kan je het in alle auto’s gooien en verwachten dat die onder normale omstandigheden blijft rijden.

E10 bevat maximaal 10% bio-ethanol. Dat lijkt weinig, maar het verdubbelt de kans op vochtopname en versnelt oxidatie. Er zit valt minder energie uit het sap te halen en dus heb je een kleinere boem in de motor. Dat zorgt tegelijkertijd voor meer koolstofophoping in je cilinders. Op zijn beurt krijg je dus meer slijtage in je motor, en alle ondersteunende onderdelen.

De ellende merk je meestal pas achteraf: een motor die bij het wegrijden stottert, injectoren die plakkerig worden, of een start die meer weg heeft van Russische roulette.

Gevolgen voor auto’s en motoren

Voor moderne auto’s is E10 vaak geen probleem, mits je regelmatig rijdt. Maar oudere motoren en klassiekers hebben meer te lijden:

Materialen: ethanol kan aluminium, koper en messing aantasten. Rubber slangen en afdichtingen die nooit ontworpen zijn voor bio-ethanol kunnen uitdrogen of letterlijk scheuren.

Corrosie: vocht in de tank = roestvorming. Vooral stalen tanks en carburateurs zijn daar gevoelig voor.

Smering: ethanol lost smeerfilm op die normaal een beschermend laagje vormt in de motor. Dat kan leiden tot meer slijtage bij langere stilstand.

Sommige monteurs noemen E10 daarom “het stille gevaar”: je merkt het pas als de schade er al is. uiteraard is het dan al te laat, en je portemonnee huilt.

benzine diesel elektrisch waterstof hybride

Houdbaarheid vs. levensduur

Dan de hamvraag: gaat de kortere houdbaarheid van benzine ten koste van de levensduur van auto’s? Oftewel: Heeft opa gelijk en worden auto’s tegenwoordig echt slechter gemaakt dan vroeger. Ja en nee. is het verwarrende antwoord, we leggen uit. Ja, deels wel: Ethanol versnelt slijtage van rubbers, pakkingen en metalen in oudere motoren. Slechtere verbranding door verouderde benzine kan leiden tot meer koolafzetting, verstopte injectoren en minder smering. Oftewel: motoren hebben het zwaarder. Voor klassiekers kan verkeerde of oude brandstof zelfs catastrofale schade geven (denk aan roest in de tank of plakkerige carburateurs).

Nee, niet de hoofdreden: Nieuwe auto’s gaan vaak minder lang mee om andere redenen: Complexiteit: Je oude Opel Cadet had niks, geen turbo’s, directe injectie, hybridesystemen elektrische ruiten of wat dan ook. Nu kan je zeggen wat je wil. Maar als er niks opzit, kan er natuurlijk ook niks stuk gaan. Tegenwoordig is er simpelweg meer dat kapot kan. Milieunormen: strengere emissies eisen kwetsbare onderdelen (roetfilters, EGR, AdBlue-systemen). Kostenplaatje: reparaties zijn duurder, waardoor een “kapotte” moderne auto sneller economisch total loss wordt verklaard. Dunne marges: fabrikanten bouwen lichter en goedkoper om zuinig te zijn. Dat betekent in sommige gevallen ook dat er een minder duurzaam materiaal gebruikt wordt.

 Dus: de benzine van nu maakt het leven van oudere auto’s moeilijker (ethanol, houdbaarheid, chemische agressie), maar het feit dat nieuwe auto’s vaak korter meegaan, heeft veel meer te maken met hun complexe techniek en de eisen van de tijd.

Vroeger kon je een Opel Kadett of Volvo 240 op elke willekeurige benzine laten lopen — en die dingen bleven vrolijk 30 jaar bestaan. Tegenwoordig is benzine minder stabiel en motoren zijn gevoeliger. Combineer dat met de ingewikkelde techniek van moderne auto’s, en je snapt waarom de gemiddelde auto z’n pensioen niet meer haalt.

De ironie? Benzine wordt “groener” en auto’s “slimmer”, maar het resultaat is dat ze samen vaak minder lang meegaan.

Wat kun je doen?

Met een paar simpele gewoontes houd je de brandstof en je motor gezond:

Tank niet te veel als je weinig rijdt. Verse benzine = betere benzine. Kies E5 (Super 98) zeker voor klassiekers, motorfietsen of bij langere stilstand. Het kost wat meer, maar het scheelt gedoe. Gebruik een brandstofstabilisator: die voorkomt oxidatie en vertraagt veroudering. Handig voor seizoensvoertuigen. Hou je tank meer gevuld:  bij winterstalling om condensvorming te beperken.

Vooruitgang met een bijsmaak

Ironisch genoeg zorgt de vooruitgang van zuinigere motoren, strengere emissienormen, en meer biocomponenten — ervoor dat je brandstof minder lang bruikbaar is. Het is een beetje alsof je een zak chips met “minder vet” koopt: beter voor je gezondheid, maar hij smaakt muf als je hem wekenlang open laat staan.

Dus ja, moderne auto’s zijn schoner en slimmer, maar de benzine in hun tanks? Die voelt zich tegenwoordig sneller bejaard dan je lief is.

Categorieën

0 REACTIES
Reageren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *