Škoda is het soort automerk waar niemand als kind een poster van boven z’n bed had hangen. Geen supercar-dromen, geen raceverleden waar met zachte stem over wordt gesproken, geen heritage die marketingafdelingen tot tranen roert. En toch bestaat het merk al meer dan een eeuw. Niet ondanks dat gebrek aan romantiek, maar juist daardoor.
Overleven als merkstrategie
Het verhaal begint in 1895, in wat toen nog Oostenrijk-Hongarije was. Václav Laurin en Václav Klement bouwen fietsen, uit frustratie over een slecht gerepareerd exemplaar. Het is zo’n ontstaansgeschiedenis die achteraf bijna te goed past bij het merk dat Škoda later zou worden. Niet visionair, wel pragmatisch. Als iets niet werkt, maken we het zelf beter. Na fietsen volgen motorfietsen en in 1905 de eerste auto. Degelijk gebouwd, technisch correct, zonder opsmuk. Škoda is vanaf het begin geen merk van bravoure, maar van uitvoering.
Na de Eerste Wereldoorlog wordt Laurin & Klement onderdeel van Škoda Works. Wat daarna volgt is geen lineaire groeicurve, maar een aaneenschakeling van historische omstandigheden. Oorlogen, nationalisatie en decennia aan communisme. Terwijl westerse autofabrikanten konden experimenteren met design, luxe en identiteit, had Škoda een andere prioriteit: blijven bestaan.
Modellen als de vroege Octavia, Felicia en later de 105- en 120-reeks zijn geen auto’s die je bijblijven om hun uitstraling. Ze vallen op door hun afwezigheid van ambitie. Ze moesten rijden. Elke dag. In een systeem waarin keuzevrijheid beperkt was en innovatie ondergeschikt, werd betrouwbaarheid geen verkooppunt maar een basisvoorwaarde. Daar ontstaat iets wat het merk nog altijd typeert. Geen drang om te imponeren, maar een focus op bruikbaarheid. Niet als statement, maar als vanzelfsprekendheid.
De grap die bleef hangen
Na de val van het IJzeren Gordijn verschijnt Škoda weer op het Europese toneel. Dat gaat gepaard met scepsis en een hardnekkig imago. Slechte grappen over kwaliteit en afkomst doen jarenlang de ronde. Soms gebaseerd op waarheid, vaker op gemakzucht. Juist in die periode vindt de belangrijkste omwenteling plaats. Volkswagen neemt Škoda over. Niet om het merk op te laten gaan in het concern, eerder om het gecontroleerd te laten groeien.
De Octavia van 1996 markeert het kantelpunt. Geen uitgesproken design, geen vernieuwende techniek, geen emotionele belofte. Wel ruimte, degelijkheid en een prijskaartje dat logisch is. Het is een auto die pas overtuigt nadat je ermee hebt geleefd. Daarmee zet Škoda onbewust de toon voor alles wat volgt.
Ruimte als uitgangspunt
Waar andere merken hun identiteit bouwen rond prestaties, lifestyle of beleving, kiest Škoda voor iets concreets. Ruimte. Beenruimte, kofferruimte, hoofdruimte. En daarbovenop een reeks praktische oplossingen die niet bedacht lijken voor de brochure, maar voor het dagelijks gebruik. De paraplu in de deur, de ijskrabber in de tankklep, extra vakjes op plekken waar je ze onverwacht nodig hebt. Simply Clever is geen marketingvondst, maar een manier van denken. Wat neem je mee, wat irriteert je, wat kan slimmer? Modellen als de Superb, Fabia en later de Kodiaq laten zien dat Škoda geen auto’s ontwerpt rond een ideaalbeeld, maar rond het leven zoals het is. Druk, rommelig en zelden Instagramwaardig.
De Superb als stille provocatie
De Superb verdient een aparte vermelding. Het is een auto die structureel groter is dan zijn badge suggereert. In ruimte en comfort schuurt hij ongemakkelijk tegen merken aan die hoger in de hiërarchie staan. Niet door status, maar door feiten.
Wie een Superb koopt, doet dat zelden uit emotie. Het is een rationele keuze, soms bijna een principiële. Waarom minder nemen als meer ook kan. Daarmee ondergraaft Škoda onbedoeld het idee dat premium vooral een gevoelskwestie is.
Een volwassen merk
Vandaag de dag is Škoda geen underdog meer. Het merk is stevig verankerd binnen de Volkswagen Group, soms gooien ze zelfs er producten waar ome Volkswagen niet écht een antwoord op heeft. Toch blijft het profiel opvallend consistent. Ook in het elektrische tijdperk, met modellen als de Enyaq, kiest Škoda voor rust. Geen futuristisch geschreeuw, geen overdreven belofte. Gewoon een logische auto, bedoeld om dagelijks gebruikt te worden. Škoda verkoopt geen droom, maar zekerheid. Geen emotie, maar gemak. Dat klinkt weinig inspirerend, totdat je beseft hoe zeldzaam die benadering is geworden.
De anti-droom
Misschien is Škoda wel het meest volwassen automerk van Europa. Niet cynisch, niet nostalgisch, maar realistisch. Het gaat ervan uit dat het leven complex genoeg is en dat een auto dat niet hoeft te zijn. Je kiest geen Škoda omdat je er verliefd op bent. Je raakt eraan gehecht omdat hij blijft doen wat hij moet doen. En in een wereld waarin alles steeds meer om beleving draait, is dat misschien wel de meest consequente positionering die een merk kan hebben.




