Nissan nodigde ons uit om te komen kijken naar hun team in de Formula E tijdens de ePrix van Madrid. Daar zeggen we geen nee tegen, want het is altijd mooi om racewagens te zien strijden op een circuit. Maar waar is het geluid?
De Formula E is vergelijkbaar met de Formule 1, maar dan elektrisch. Er zijn echter ook duidelijke verschillen. Om te beginnen: de raceauto’s in de Formula E trekken sneller op. In 1,86 seconden gaan ze van 0 naar 100 km/u. Dit is 30 procent sneller dan een Formule 1-auto. De races duren ook een stuk korter: in Madrid waren de coureurs in een uur klaar. Dat heeft er niet zoveel mee te maken dat dan de accu’s leeg zijn, interessant genoeg. Ook zijn alle auto’s van het veld vrijwel identiek.

Dat heeft te maken met de unieke opzet van de Formula E. De raceserie is bedoeld om nieuwe innovaties op het gebied van elektrisch rijden te ontwikkelen en te testen. Teams moeten zich daarom niet bezighouden met aerodynamica of de beste ophanging. Om die reden is de racewagen bij elk team gelijk. Alleen de elektrische motor op de achteras en de software is anders. Hier kunnen teams helemaal los gaan, tenminste: binnen grenzen. Er geldt namelijk een maximaal vermogen van 476 pk.
Efficiënt rijden
Voor het wedstrijdelement is er een ‘attack mode’ waarbij de wagens tijdelijk extra vermogen hebben gecombineerd met vierwielaandrijving. Deze kunnen ze echter maar beperkt gebruiken, dus een goede tactiek is nodig. Tijdens de race in Madrid moeten de auto’s ook verplicht 34 seconden opladen in de pits. De auto’s vertrekken met de accu’s slechts halfvol. De elektriciteit om de race uit te rijden, moeten ze onderweg regenereren door slim te rijden. Ook moet de auto zo efficiënt mogelijk met elektriciteit omgaan. Dit gaat Nissan goed af: vorig seizoen was het merk kampioen in de Formula E.

Wat tijdens de race het meest opvalt, is het ontbreken van geluid. De Formula E-auto’s produceren alleen een soort hoog gezoem. Dit is wel karig ten opzichte van de Formule 1 en is even wennen. Toch zijn de races erg leuk om te zien. Door de opzet en de korte racetijd rijden de auto’s dicht bij elkaar en wordt er veel gevochten om posities. Tijdens de race in Madrid was in de laatste bocht niet duidelijk wie de race ging winnen. Helaas eindigden de auto’s van Nissan buiten de top 10.
