Youngtimer regeling | Top 5 premium station voor 15.000 euro




Het nieuwe jaar is in aantocht en in de autowereld is dat het moment om de balans op te maken. Autofabrikanten delen de verkoopcijfers en presenteren de plannen voor het nieuwe jaar. De zakelijke rijder die een elektrische auto heeft besteld zit te duimen om zijn auto nog dit jaar op kenteken te krijgen om te kunnen profiteren van lage bijtelling. Er zijn ook ondernemers die het anders aanpakken. Zij kiezen niet voor het nieuwste van het nieuwste maar profiteren van de fiscale voordelen van de

youngtimer regeling

.






Youngtimer regeling, hoe zat dat ook alweer?


Om het geheugen even op te frissen hoe dat ook alweer in z’n werk gaat met de Youngtimer-regeling: Wanneer je een zakelijke auto voor meer dan 500 kilometer per jaar gebruikt voor privé kilometers dien je bijtelling te betalen. Afhankelijk van de auto betaal je een bijtellingspercentage. Elektrische auto’s hebben een lager percentage dan benzine en dieselauto’s. Voor een Youngtimer geldt een bijtellingstarief van 35%. Vrij hoog, zou je zeggen. Maar in tegenstelling tot nieuwe auto’s zal dit percentage worden geheven over de dagwaarde en niet de cataloguswaarde. Hierdoor valt de bijtelling een stuk lager uit en kun je voordelig dikke auto’s rijden. Een auto zal als youngtimer worden aangemerkt als deze 15 jaar of ouder is.






Met het nieuwe jaar op komst zal een reeks nieuwe auto’s als youngtimer ingezet kunnen worden. Tijd om samen met



Ter Horst Classics



eens de archieven in te duiken op zoek naar de gaafste youngtimers. Stel je bent op zoek naar een ruime stationwagen met premium afwerking en niet te veel kilometers voor zo’n 10 tot 15 duizend euro. Wat zijn dan de beste opties? Wij zetten de Top 5 op een rijtje!







5. Mercedes-Benz E-Klasse Combi (W211)



We beginnen het lijstje met de Mercedes-Benz E-Klasse. De W211 is een modelserie geproduceerd tussen 2002 en 2009 waardoor de auto voor de meeste bouwjaren in de youngtimer regeling valt. Het design van deze generatie E-Klasse kennen we in grote lijnen van zijn voorganger de W210. Voor dit model werden de dubbele koplampen geïntroduceerd. Toch is de W211 een stuk moderner. De auto is leverbaar als stationwagen (Combi) en sedan. Daarnaast werd in 2004 ook de CLS aan het gamma toegevoegd, die zijn techniek deelde met de E-Klasse.








Motoren


Vandaag richten we ons op de Combi. Deze stationwagen kwam in maart 2003 op de markt en combineert hoogwaardige afwerking met een flinke bak ruimte. De bagageruimte meet 690 liter tot 1950 liter wanneer de achterbank is ingeklapt. Optioneel kon men de E-Klasse Combi krijgen met een hydraulisch uitschuifbare wagenvloer. Een deel van de vloer kan tot 400 mm achter uit de laadruimte geschoven worden, wat het beladen moet vereenvoudigen. Wat betreft het motoren aanbod is er voldoende keuze. Er is keuze uit één 4 cilinder, de E200 Kompressor met 163 pk en 240 Nm koppel. Dit is echter niet de versie die je wil hebben. Want een trede hoger dienen de heerlijke 6 cilinders zich aan. Een 2.6 V6 voor de E240 met 177 pk, een 3.0 V6 voor de E280, een 3.2 V6 voor de E320 en een 3.5 liter V6 voor de E350. Voor alle E-klasses met V6-motor was er eveneens de keuze voor vierwielaandrijving onder de noemer 4-Matic.








Voor minder dan 15.000 euro




Wie indertijd echt indruk wilde maken koos voor een E-Klasse met V8. De E500 met 388 pk en 530 Nm koppel bijvoorbeeld of de monsterlijke E63 AMG met een 6.2 liter grote V8 met 514 pk en 630 Nm koppel. Deze versie deed de sprint van 0 naar 100 in 4.6 seconden. Voor die laatste zal je dieper in de buidel moeten tasten om een mooi exemplaar te vinden. In Nederland zijn nette exemplaren te vinden die starten bij zo’n 8.500 euro. Voor dat geld is een V6 binnen bereik met een acceptabele kilometerstand en sluitende historie. Binnen het budget wisten we zelfs een heuse E500 met V8 te vinden uit bouwjaar 2005 en zo’n 130.000 kilometer. 


4. BMW 5-Serie Touring (E61)



Naast de E-Klasse was er nog een Duitse stationwagen die flink wat kopers wist te trekken: de BMW 5-serie Touring. De 5-serie, die in juli 2003 werd gelanceerd was eveneens als sedan en stationwagen te verkrijgen. De sedan kreeg de interne codenaam E60 en de Touring kreeg de codenaam E61 mee. De Touring kwam in april 2004 op de markt. De E60 en E61 waren een flinke verbetering ten opzichte van zijn voorganger. Althans op technisch gebied. Het design van de luxueuze middenklasser werd ontworpen door Chris Bangle en daar kon niet iedereen aan wennen. Toch heeft de 5-serie BMW geen windeieren gelegd. BMW durfde het zelfs aan om een 5.0 liter grote V10 in de 5-serie te lepelen en op de markt te brengen als M5. Ja, toen kon dat nog.








Motoren


Met motoren aanbod van de 5-serie Touring en 5-serie sedan zijn vrijwel gelijk. Er is de keuze uit een reeks benzine- en dieselmotoren. We belichten de benzinemotoren. Tijdens de introductie kwam de 5-serie Touring beschikbaar met twee benzinemotoren de 525i en de 545i met 192 en 333 pk. De Touring werd standaard uitgerust met luchtvering op de achteras en een automatisch bedienbare kofferklep.  De 545i kreeg een 4.4 liter V8, alle andere versies kregen een 6-cilinder. In 2004 ging het motorengamma op de schop. Voor de 525i en 530i kwam vierwielaandrijving beschikbaar als optie en de 520i werd vervangen voor de 523i met 2.5 liter grotere 6-cilinder met 177 pk. Het vermogen van de 525i steeg van 192 pk naar 218pk en de 530i maakte de sprong van 231 pk naar 258 pk. Een handgeschakelde 6-versnellingsbak was standaard en een 6-traps automaat was optioneel. Voor de 530i kwam een SMG sequentiële versnellingsbak leverbaar.








Voor minder dan 15.000 euro




Het aanbod van gebruikte 5-serie Tourings is redelijk ruim maar wie gaat filteren op een kilometerstand van minder dan 175.000 kilometer heeft betrekkelijk minder keuze. De prijzen beginnen bij zo’n 7.000 euro voor een 523i uit 2005 en voor een vierwielaangedreven 525xi ben je minimaal 13 mile kwijt op het moment van schrijven. Voor net geen 15.000 euro is er ook een 530i Touring te vinden met zo’n beetje alle mogelijke opties die je nodig denkt te hebben en ook nog eens een acceptabele kilometerstand van zo’n 130.000 kilometer. 


3. Saab 9-3 Sport Estate



Het tragische verloop van het merk Saab zullen de meeste mensen wel kennen. Ondanks een grote groep liefhebbers werd het merk nooit het succes wat werd verwacht. De Zweedse autofabrikant bracht in 1998 de eerste generatie van de 9-3 op de merkt. Destijds meer een hatchback dan een sedan. Daar kwam met de tweede generatie, die in 2002 op de markt kwam verandering in. De 9-3 was een nieuwe auto en geen doorontwikkeling op eerde modellen. De auto deelde zijn techniek met de Opel Vectra. De sedan was veruit de meest populaire keuze. Dat is vooral te danken aan het feit dat Saab pas in 2005 een stationwagen van de 9-3 op de markt bracht. De zogenoemde Sport Estate. Dat maakt de Saab 9-3 echter niet minder begerenswaardig als youngtimer.








Motoren


De Saab 9-3 Sport Estate week behoorlijk af van de sedan. zelfs de deuren en achterbank zijn verschillend. Weliswaar is de auto kleiner dan de bovengenoemde auto’s maar de laadruimte is moeilijk krap te noemen met een inhoud van 419 liter. De auto kreeg de benaming ‘Sport’ Estate, toch is het meer een comfortabele cruiser dan een volbloed sportwagen. En dat past prima bij het karakter van de Zweedse stationwagen. De 9-3 Sport Estate was leverbaar met een aantal benzine en dieselmotoren. De benzinemotoren bestaan uit de 1.8i, 1.8t en 2.0t. Ook stond er een krachtige Turbo Vector met 210 pk in de prijslijsten en was het absolute topmodel de 2.8 V6 Turbo Aero met 250 pk.  








Voor minder dan 15.000 euro




De Saab 9-3 is ondanks dat het merk niet meer onder ons is een populaire keuze als occasion. Het aanbod is relatief ruim en als youngtimer is de auto een betaalbare optie. Terwijl de Saab in tegenstelling tot de Duitse middenklassers niet met een reeks V6 en V8 motoren leverbaar is zijn de prijzen een stuk schappelijker. Een Sport Estate uit 2006 met minder dan 160.000 kilometer kost je zo’n 5.500 euro. Voor een echte Aero met heerlijke 2.8 V6 ben je minimaal 8.000 euro kwijt. Verder zijn er ruim voldoende auto’s te vinden met lage kilometerstanden voor minder dan 10 mile.


2. Audi A6 Avant (C6)



Noem je de BMW 5-serie en Mercedes E-Klasse dan benoem je ook de Audi A6. De derde generatie Audi A6 verscheen in 2004 op de markt en kreeg de interne codenaam C6. De auto, die direct als sedan (limousine) en stationwagen (avant) op de markt kwam was een flinke verbetering ten opzichte van zijn voorganger. Allereerst was er de kenmerkende single-frame grille maar ook LED-techniek in de achterlichten en werd het MMI-systeem geïntroduceerd. Een systeem voor bediening van onder andere navigatie en klimaatbeheersing wat vergelijkbaar was met het BMW iDrive systeem. Tevens was de C6 een stuk ruimer dan de C5. Het door Walter de’Silva ontworper model nam 12 cm in lengte toe. 








Motoren


Met de komst van de nieuwe Audi A6 werd ook het motoren aanbod op de schop gegooid. Uiteraard was ook hier de keuze uit verschillende benzine- en dieselmotoren waarvan we vandaag de benzinemotoren uitlichten. De A6 Avant C6 was de eerste A6 met FSI-motoren. Ofwel, betere prestaties en minder verbruik. Er was de keuze uit een 2.4 en 3.0 liter V6 en een 3.2-liter V6 FSI met 255 pk. Ook kon men opteren voor een 4.2 liter V8 en volgende in 2005 de 2.0 TFSI 4-cilinder turbomotor. Alle V6 motoren konden optioneel worden verkregen met quattro-vierwielaandrijving. Wat betreft de automaat was er de keuze uit een 6-traps tiptronic of de multitronic. Waarbij de tiptronic vrijwel altijd de betere keuze is. In 2006 verscheen ook de A6 Allroad Qautrro. Een verhoogde A6 met vierwielaandrijving, adaptieve luchtvering en de nodige uiterlijke kenmerken. Eveneens in 2006 verschenen ook de sportieve Audi S6 met een 5.2-liter V10 FSI motor en 435 pk. In 2008 debuteerde de RS6. Deze krachtpatser kreeg een 5.0liter V10 biturbo benzinemotor met 580 pk.








Voor minder dan 15.000 euro




De Audi A6 Avant, die in 2005 de titel

World Car of The Year

in de wacht sleepte was ook in Nederland een populaire auto. Tegelijk was het ook een redelijk dure auto en waren veel zaken optioneel. Daardoor kon je nog wel eens een behoorlijk kale A6 tegen op internet. Prijzen beginnen bij zo’n 6.000 euro voor een 2.0 TFSI en lopen op tot zo’n 14.000 euro voor een rijk uitgerust V6 met quattro-vierwielaandrijving. We vonden welgeteld één Audi S6 met V10 voor net geen 15.000 euro. Of dat een verstandige keuze is laten we in het midden. Gaaf is het zeker wel.


1. Volvo V70 / XC70



De absolute koning van de youngtimers is misschien toch wel de Volvo V70. De tweede generatie van de populaire middenklasser kwam in 2000 op de markt en is geproduceerd tot 2007. Maar niet alleen de tweede generatie is vanaf 2022 een optie als youngtimer, ook de derde generatie, die vanaf 2007 op de markt kwam valt in de youngtimer regeling. Weliswaar uitsluitend het model van het eerste bouwjaar maar het is toch een sprong op het gebied van moderne technologie. De V70 is ruim, betrouwbaar en goed afgewerkt.








Motoren


Ook de V70 is leverbaar geweest met een flinke reeks benzine en dieselmotoren. Ook hier richten we ons op de benzinemotoren. Het unieke aan de Volvo V70 is dat alle varianten een 5 cilinder in lijn motor hebben. Allereerst zijn er de 2.4-liter 5-in-lijn motoren die leverbaar zijn met 140 pk en 170 pk. Daarnaast was er een 2.4T met 200 pk, een 2.5T met 210pk en een 2.3 T5 met 250pk. De 2.4T en 2.3 T5 maakten tijdens de facelift in 2004 plaats voor de 2.0T met 180 pk en de 2.4 T5 met 260 pk. Als absolute topmodel kon men opteren voor de 2.5 R AWD met 300 pk en 400 Nm koppel. Deze versie is geproduceerd van 2003 tot 2007 en is inmiddels een gewilde youngtimer. Naast de reguliere V70 was er ook een XC70. Feitelijk een verhoogde V70 met meer bodemvrijheid en grote bumpers. Het grote verschil is dat de XC70 standaard werd uitgerust met vierwielaandrijving. 








Voor minder dan 15.000 euro




Van de Volvo V70 is ruim voldoende aanbod. Voor een facelift model met minder dan 185000 kilometer ben je minimaal een kleine 7.000 euro kwijt. Een derde generatie V70 uit 2007 moet minimaal 10 duizend euro kosten. Voor een XC70 vraagt men in Nederland beduidend meer. De goedkoopste van na de facelift kost net iets meer dan 10 duizend euro en voor een 2007 XC70 van de derde generatie dien je minimaal 14 duizend euro achter te laten bij de vorige eigenaar.


Categorieën

0 REACTIES
Reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *