Vergeten concept: de BMW E1 (Z11) uit 1991




De komst van de elektrische auto leek een aantal jaar geleden uit het niets te komen. Niets is echter minder waar. De elektrische auto is al tijdens onder ons. Hoewel de verbrandingsmotor in de beginjaren de EV volledig overbodig maakte timmeren autofabrikanten tegenwoordig hard aan de weg om de elektrische auto nieuw leven in te blazen. Het is zeker niet de eerste keer dat men een elektrische auto aan de man wil brengen. In 1991 trok

BMW

namelijk de doeken van de

elektrische E1

. Weinigen weten dit. Hoog tijd dus voor wat aandacht voor dit

vergeten concept

.




Was de BMW E1 een voorproefje op de BMW i3?



Vorige week schreven we een artikel over de wonderschone, maar alles behalve elektrische,



Audi Spyder Quattro Concept



. Evenals de BMW E1 werd de Audi gepresenteerd in 1991 op de IAA van Frankfurt. En net als de feloranje Audi kunnen voorzichtig wat conclusies trekken over de huidige modellen van de merken. De Audi Spyder Quattro leek een voorbode voor de TT en R8 en de BMW E1 lijkt een voorbode te zijn geweest voor de populaire en elektrische BMW i3.







De BMW E1 droeg de fabriekscode Z11 en zou een compacte stadauto moeten worden. De conceptauto bood plaats aan vier personen en had een lengte van 3,46 meter. Hoewel het design behoorlijk uniek is zien we veel kenmerken van de BMW’s van destijds terugkeren. De kleine, dubbele grille, en dubbele beglazing aan de voorzijde. Een andere echte BMW eigenschap was de aandrijving op de achterwielen.







De E1 uit 1991 betrof een volledig elektrische auto. De elektromotor bevond zich direct boven de achteras en was goed voor 44 pk en 150 Nm koppel. Met een topsnelheid van 120 kilometer per uur en een sprinttijd naar de honderd in meer dan 20 seconden was het bepaald geen snelle jongen. Dat bleek ook niet de intentie van de auto te zijn. De BMW E1 moest een volledige elektrische compacte stadauto worden.







In tegenstelling tot elektrische auto’s van tegenwoordig waar lithium-ion accu’s worden toegepast kreeg de BMW E1 de beschikking over een loodzware natriumzwavelzuur accu met 120 volt en 20 kWh. De actieradius was zo slecht nog niet. De E1 moest ongeveer 200 kilometer ver komen op een lading. Daarnaast maakte de concept gebruik van terugwinning van remenergie om meer bereik te generen. Het opladen nam tot zo’n 8 uur in beslag waarbij gebruik gemaakt kon worden van de aansluiting achter een van de nieren aan de voorkant.







De E1 werd door BMW niet alleen gebruikt als showcar. De auto werd daadwerkelijk gebruikt om veel te leren over elektrisch rijden en het opladen. Zeker over dat laatste leerde BMW veel met betrekking tot veiligheid. De originele concept vond namelijk zijn waterloo tijdens een brand waarbij de auto werd geladen. Niet alleen de dure conceptauto maar ook een deel van het BMW kantoor ging hierbij in vlammen op.







1993, tijd voor de tweede generatie



Ondanks de brand en de zorgen over de kosten en levensvatbaarheid van het project zette BMW Technik, de verantwoorde afdeling voor elektrisch rijden binnen het Duitse merk, door met de bouw van een tweede conceptauto. De BMW E1 van de tweede generatie kreeg de interne fabriekscode Z15 en debuteerde wederom op de IAA van Frankfurt. Ditmaal in 1993.



Ditmaal lag de focus op veiligheid. Wel zo prettig nadat het eerste concept daar wat steekjes liet vallen. De elektrische variant kreeg wederom de beschikking over 44pk maar voor de Z15 werd er een natrium-nikkelchloride accu van AEG toegepast. Deze accu was 19 kWh groot en woog ruim 200 kilo. Ook de elektromotor werd aangepast. De tweede generatie maakte gebruik van een doorontwikkeling op de ABB Unique elektromotor. De verbeteringen waren goed voor een verbeterde actieradius. Wie rustig reed kon 265 kilometer ver komen en een topsnelheid van 125 km/u bereiken.

Naast elektrisch ook een hybride en benzinevariant


Eigenlijk was de E1 zijn tijd ver vooruit. Voor de tweede generatie keek BMW namelijk verder dan alleen elektrisch. Het gewicht en de actieradius vallen bij een elektrische auto toch altijd wat tegen, dacht BMW. Daarom werd de elektromotor verwijderd om plaats te maken voor een 1.1 liter benzinemotor die rechtstreeks afkomstig was uit de BMW K-serie motorfietsen. De viercilinder in lijn werd voor de gelegenheid iets teruggeschroefd naar 82 pk.



De benzinevariant ruilde achterwielaandrijving in voor voorwielaandrijving maar leverde wel flink in op gewicht. De benzinevariant was een goede 100 kg lichter dan de EV. Met een topsnelheid van 180 km/u en een 0 tot 100 tijd in 11,5 seconden was viercilinder ook een stuk vlotter.



Naast een volledig elektrische versie en de benzinevariant kwam de Duitse autofabrikant ook op de proppen met een hybride versie. Simpel gesteld combineerde BMW de 1.1 liter viercilinder met een iets compactere accu. De prestaties bleven ongeveer gelijk aan de benzineversie en de hybride was voorzien van een 40 liter brandstoftank. Het gewicht nam wel toe. Ten opzichte van de elektrische versie was de hybride 30 kg zwaarder, waarmee het totale gewicht uitkwam op 930 kg.






Een plekje in München



Ondanks de tweede generatie en een ontwerpstudie in 1992, waarbij de BMW E1 werd ontworpen voor de Amerikaanse markt en de naam E2 meekreeg, vond de auto geen doorgang naar een daadwerkelijke productie. Pas jaren later zou BMW het kunstje herhalen met hybride versies van de 3-serie, de elektrische en hybride versie van de i3 en de bijzonder BMW i8. 



In tegenstelling tot de eerste generatie bleef de E1 Z15 wel behouden. Vandaag de dag is de auto te bewonderen in het BMW Museum in München.

Categorieën

0 REACTIES
Reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *